De misère van Centraal-Mozambique en terug in Malawi

29 juli 2010:

Mozambique is een enorm land met heel verschillende delen, die je ook als aparte landen kunt zien. Met die informatie en de paradijselijke beschrijving van het pure Noord-Mozambique, door mensen die er geweest waren en reisgidsen, dacht ik alleen daar naartoe te gaan. Per toeval kwam ik toch eerst in Centraal-Mozambique, toen mijn gratis maandvisum in Malawi op was. Het grensdorpje, Milange, was mooi en er was een ontmoeting met een Amerikaans meisje, dat sowieso mijn komst al de moeite waard maakte. Ze deed een wezenlijk Tripje naar de Vrijheid en ik bezocht haar toneelgroep van locals die in groepjes waargebeurde verhalen van AIDS-gevallen instudeerden. Iedere toneelspeler had zijn eigen (vooral indirecte) ervaring met AIDS. Ik hoorde aangrijpende verhalen waarvan het moeilijk voor te stellen was dat ze allemaal echt gebeurd waren. Trots, (angst voor) jaloezie en vooral taboes verergerden zo vaak de AIDS-drama’s, dat ik heel goed de waarde begreep van de voorstellingen die deze groep voorbereide.

Reizen per chapa in Centraal-Mozambique is pas echt afzien

Na enkele dagen ging ik op zoek naar de kust van Mozambique, waar mij garnalen zo groot als een onderarm beloofd werden. Openbaar vervoer was er niet echt, maar je kon een chapa pakken. Dat waren open vrachtwagentjes waar mensen en andere lading mee vervoerd werden. Soms waren er ook minibussen, maar meestal was de chapa de enige vorm van transport in deze regio van Mozambique. Ik moest de middag ervoor een kaartje kopen en om half vijf ’s nachts aanwezig zijn. De afstand naar Mocuba, het verbindingsknooppunt van wegen was bijna 200 km en naar Pebane, het beste garnalenstadje aan de kust, was nog eens 200 km. Dus ik hoopte dat ik de kust misschien die dag nog wel kon bereiken.Helaas, het werd een tweedaagse reis in twee chapas, waarop ik aan den lijve ondervond hoe de meest armoedige manier van reizen die ik ooit heb meegemaakt, eruitziet. De hele weg tot aan de kust was een zandpad vol gaten waar we overheen denderden. Hoe ze het steeds voor elkaar kregen om nog meer mensen mee te nemen, was ongelofelijk. Het aantal mensen dat de chapa kon meenemen, leek grenzeloos. Ik zat op mijn rugzak, met mijn rug tegen de voorkant van de laadbak, maar ook dat bleek geen comfort te bieden in deze lichamelijk enorm zware beproeving, waar ik nooit een dame in mee zou slepen.

Waar de eerste rit nog enigszins de sfeer had van “we helpen elkaar, want we zitten nu eenmaal in hetzelfde schuitje”, was de tweede rit zo erg dat mensen bijna met elkaar op de vuist gingen. We zaten met te veel mensen bovenop een lading, die onderweg nog geladen moest worden en die afgeschermd werd door een modderachtig zeil, waardoor iedereen vies werd. De chauffeur was de brute blanke eigenaar van de chapa, die alleen aan geld dacht. Hij had een onooglijke slaaf in dienst die de lading moest opladen. Hij liet mensen vantevoren betalen en bij klachten zei hij dat ze ook hier achter konden blijven. De morele wraak van de reizigers was wel dat niemand bij hem voor in de cabine wilde zitten. Iedereen langs de weg die mij zag, vond wel dat ik, de enige blanke, voorin moest gaan zitten. Maar ik vond dat ik achterin meer nodig was, om het moreel van de reizigers boven het absolute nulpunt te houden. Voor het bewerken van de chauffeur zou je een Ghandi-achtige vrouw nodig hebben. Ik ken er wel één, maar die is niet hier.

Ondanks dat de fantastische garnalen in Pebane me high maakten, was er niet veel meer te doen of te bespreken. Ik was de enige blanke in het vissersdorp en het lukte me niet om enige diepgang te krijgen in de gesprekken. Ik dacht dat mijn Portugees niet goed genoeg was om mijn taalgebruik zo te versimpelen, dat ze me wel moesten verstaan. In het Engels voel ik me toch een stuk sneller en dynamischer. Ik ging weer snel op een volgende, iets minder slopende reis naar Quelimane, waar ik ontdekte dat de onafhankelijkheid van Mozambique 25 jaar geleden, door de bevolking niet gezien wordt als een reden tot een echt feest.

Na een vierdaags herstel daar besloot ik niet meer met chapas te reizen. Dat hielp, want van daaruit kreeg ik een gratis lift met een Swazilandse familie naar Gorongosa: een enorm dorp, waar behalve een pinautomaat, geen teken van een moderne samenleving te vinden was. Alle officieel geklede mensen waren missionarissen en er was genoeg te bekeren voor hen, want er waren allerlei soorten wilde kerken. Zo heb ik er een curandeira meegemaakt. Dat is een spirituele bijeenkomst waarbij de vrouwelijke healers, begeleid door drums en zang, in een wilde trance-dans geesten ontvangen. Ik kreeg lokaal maisbier, een stoel en een goede plek om het gebeuren te aanschouwen. Geweldig om zo’n ongepolijst dorp te ervaren! Er was zoveel te ontdekken, dat ik er niet aan toekwam om het Gorongosa Nationaal Park te bezoeken.

Grande Hotel in Beira een sloppenwijk in één gebouw

Ik had in Mozambique veel contacten gehad, maar toch vond ik het voeren van interessante gesprekken over armoede, onderwijs en ontwikkeling alles behalve gemakkelijk. Dat vond ik erg jammer en ik begreep het eigenlijk niet. In de grote, vervallen stad Beira kreeg ik gelukkig ‘ondertiteling’, toen ik naar het prachtige, prestigieuze, maar sinds de onafhankelijkheid (1975) totaal verwaarloosde, Grande Hotel ging. Er woonden nu 300 families zonder elekticiteit en water, als in een sloppenwijk. Indrukwekkend en bedrukkend.

De bewoners waarmee ik bevriend ben geraakt waren erg ontwikkeld, hadden gestudeerd en konden mij iets meer vertellen over de extreme armoede van Mozambique. Het land heeft na de onafhankelijkheidsstrijd, gevolgd door bijna 20 jaar burgeroorlog en een zwaar corrupte regering tot nu toe, niet bijster veel vertrouwen in de medemens opgebouwd. Ze legden mij ook uit dat de bevolking geen basisdenkniveau had, aangezien ze over het algemeen niet meer dan basisschool heeft gedaan. Als je geluk hebt, kun je naar de middelbare school, maar studeren kunnen er maar een paar. En zelfs als je een studie afgerond hebt zoals zij, dan moet je nog “werk kopen”. Ongelofelijk maar waar: een baan in Mozambique kost omgerekend ongeveer €130. Onbetaalbaar voor mijn twee vrienden, die ik maar een Tripje naar de Vrijheid cadeau heb gedaan. En op één van die twee Tripjes kwam ik erachter dat het geloof in hekserij in Mozambique een grote rol speelt, maar gelukkig ontdekten we een veel persoonlijkere oorzaak van zijn fysieke problemen.

Ik heb in Mozambique nieuwe woorden gevonden voor mijn ontwikkelingsvisie, en dan met name de eerste stap: als je je innerlijke, geestelijke barrieres opruimt, dan heb je de beste kans om maatschappelijke uitdagingen succesvol aan te gaan. Als je dus met je ontwikkeling binnen jezelf begint, dan ontdek je mogelijk je passie, je versterkt je vertrouwen, je activeert je intelligentie en creativiteit, waardoor je zelfs in de moeilijkste omstandigheden, zoals in Mozambique, mogelijkheden kunt creëren om je dromen waar te maken. Op die manier probeerde ik mensen hoop te geven, te stimuleren om te blijven dromen en wensen en om niet te blijven wachten op hulp van buitenaf, maar zelf initiatief te nemen. De eerste stap van elke ontwikkeling moet altijd vanuit jezelf komen en binnen jezelf plaatsvinden.

Tevreden met mijn leerervaring over ultieme armoede, gesteund door de verklaringen die ik gekregen heb in Beira, ben ik teruggegaan naar Malawi, waar de weg naar Noord-Mozambique een stuk comfortabeler is. Mijn waardering voor Malawi, wat met een lager inkomen toch een stuk rijker is dan Centraal-Mozambique, is intussen alleen maar gegroeid. De communicatie loopt toch een stuk gemakkelijker hier. Voordat ik doorreis naar Noord-Mozambique, ben ik op zo’n mooie plek beland, dat het moeilijk is om verder te gaan: Mount Mulanje, een berg met zeldzaam cedarwood. Tot mijn verbazing werd in de berghutten waar we verbleven, speciaal voor de hikers, dat heerlijk ruikende cedarwood gebruikt als brandhout! En dat terwijl er hier volop wildgroeiende naaldbomen geveld worden die slecht zijn voor de berg. Dat ‘mindere’ naaldhout branden ze zelf en wij krijgen de crème de la crème, terwijl veel toeristen dit vaak niet eens doorhebben. Absurd!

Prachtige waterval vlakbij de camping in Mount Mulaji (Malawi)

De hike naar de hoogste top was erg mooi, maar ook erg zwaar. Een echte mountainhiker zal ik nooit worden. De camping waar ik voor en na de hike verblijf ligt naast een prachtige wild stromend riviertje met watervalletjes natuurlijke baden. Ik heb de kinderen hier geleerd dat ze niet om geld moeten vragen, omdat ze zichzelf dan omlaag halen en contact onmogelijk maken. Terwijl als ze gewoon in gesprek gaan, dan kunnen ze veel leren over de landen waar de “bezoekers” (ipv mzungu: blanken) vandaan komen en andersom hebben zij waardevolle informatie te vertellen over deze prachtige plek, waar ze trots op moeten zijn. En het klinkt raar, maar ik hoor nergens meer “Give me money”. Jeuj! Op naar de volgende uitdaging.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Malawi: the Warm Heart of Africa

6 juli 2010:

Toen ik Malawi binnenkwam in de hoofdstad Lilongwe, vond ik het een raar land. Iedereen was meteen mijn vriend. Ze bedankten mij als ze iets voor me mochten doen en ze wilden hun werk afzeggen om met mij een uitstapje te gaan maken. Of ze boden me aan om in hun huis te verblijven. En ik bleef steeds met de vraag zitten: Waarom? We hadden elkaar nauwelijks leren kennen in die gesprekjes van niks. Malawinezen wilden zich aan mij vastklampen en ik voelde me niet thuis in dat ongelijkwaardige en onpersoonlijke contact. En ook in de wereld van de bezoekers was het niet gemakkelijk. Op de populaire backpackers camping waar ik verbleef vonden de backpackers het maar arrogant van mij dat ik me geen toerist voelde, zoals zij zichzelf noemden, maar een reiziger. Toen ik het verschil probeerde uit te leggen werden ze emotioneel. Ik vroeg me af waarom ik deze ervaringen had. Ik had waarschijnlijk even te snel gereisd en was toe aan een mooie en rustige plek.

Na dit moeizame begin kreeg ik een lift van twee Hollanders naar Senga Bay, een prachtig en relaxt stukje van Lake Malawi (wat op 500 meter hoogte ligt en de helft van het land beslaat). Bij aankomst heb ik eerst minstens een uur lang lang vol bewondering naar het meer en de golven gekeken. Wow! Het leek wel een rustige dag aan zee. Ik vond een goedkope camping met een Engels aandoend golvend graslandschap en uitzicht op het meer. De markt waar je voor minder dan €1 kon eten en met de locals kon praten, was vlakbij. Via de locals probeerde ik erachter te komen waarom zij zich zo minderwaardig opstelden ten opzichte van blanken en met de campinggasten deed ik verschillende Tripjes naar de Vrijheid. Ik kwam er ook een Ierse lichtwerkster tegen, die in Oeganda woont. Ze zei dat ik ook een lichtwerker was en dat kan wel kloppen. Ik ga nog bij haar langs als ik in Oeganda ben.

In Senga Bay zag ik voor het eerst Lake Malawi: heel indrukwekkend!

De uit Zimbabwe gevluchte, blanke eigenaresse van de camping deed wel tien ontwikkelingsprojecten in de buurt. Ze had echter geen ruimte, tijd of interesse in wederzijds contact. Dat is toch wel een terugkerend patroon: of je hebt persoonlijk contact met de locals, of je komt ontwikkelde goeddoeners tegen die zo in hun eigen project(en) zitten dat ze niet openstaan, dat ze niet zien of horen dat we elkaar kunnen helpen en inspireren. Dat kom je trouwens in Nederland ook veel tegen. Als ik in die spiegel kijk, dan moet ik misschien zelf ook wat meer naar anderen luisteren om een verbinding te kunnen maken op werkgebied. Dat was al mijn plan voor als ik terugkom, maar nu zie ik ook hoe zinloos alles is wat we doen, als we niet echt contact maken met elkaar en niet echt willen horen wat de ander voelt, denkt, gelooft en doet.

Om succesvol te kunnen werken aan de bewustwording van het licht in onszelf, moeten we in het moment gaan leven, echt aanwezig zijn en openstaan voor elkaar: verschillen en overeenkomsten. Als we de verbinding voelen met behulp van onze overeenkomsten (respect en steun), dan kunnen we elkaar gaan helpen met onze verschillen, onze verschillende kwaliteiten (inspiratie en samenwerking). Samenwerking is essentieel om iets te kunnen betekenen voor een groter geheel, alleen is eerlijkheid, of nog liever zuiverheid, ook essentieel. Volgens mij betekent eerlijkheid dat je open en eerlijk bent over je eigen belangen in wat je doet, als je iets doet vanuit een belang. Helder en duidelijk. En zuiverheid betekent dat je niet vanuit belangen handelt maar vanuit je ziel, vanuit pure liefde.

Terug naar Malawi. Dat achter die extreme vriendelijkheid van de Malawinezen een bepaald eigenbelang schuilging lag voor de hand, maar dat ze zo gefixeerd zijn op geld, en dan vooral de combinative van geld en krijgen, dat is toch wel schrijnend. Vooral omdat ze er zo weinig van hebben. Dat zeurderige stemmetje van die kinderen elke keer: “Give me money”. Toen ik daar een keer mijn buik vol van had, zei ik: “Why?! You give me money.” Toen het jongetje wat tegenover me stond mij vervolgens zijn enige snoepje gaf, brak mijn hart. Hoe moet je hier nou mee omgaan?

Mooi hè!

Hun mentaliteit is: we delen wat we hebben en wie nu geld heeft betaalt voor ons allemaal. Dat is moeilijk te rijmen met budget travelling. In dit land waar velen niet meer €30 per maand verdienen, heerst serieuze armoede. Dat merk je niet zo goed omdat iedereen vrolijk, aardig en betrouwbaar is en je ’s avonds door lege straten kunt lopen zonder beroofd te worden, maar qua inkomen is het één van de armste landen ter wereld. De vindingrijkheid waarmee ze met €1 per dag overleven is indrukwekkend. Daar ben ik niks bij met mijn intelligent boodschappen doen. Respect!

Alleen in het vinden van een (betere) bron van inkomsten en in het creëren van mogelijkheden schieten ze hopeloos tekort. Dat is ook heel erg moeilijk in een land wat nauwelijks mogelijkheden biedt. In mijn poging te begrijpen hoe hun situatie te verbeteren valt, vroeg ik iedereen wat hij/zij wilde doen als alles mogelijk zou zijn. De antwoorden varieerden van “werken”, tot “geld verdienen”, tot “wat dan ook”. Mijn reactie was dan: “Als je niet weet wat je wilt dan kun je het ook nooit bereiken.” Mijn conclusie was dat de voornaamste oorzaken van de armoede in Malawi een gebrek aan zelfvertrouwen en een afhankelijke opstelling is. Een artikel daarover is in de maak.

In Liwonde verbleef ik op de camping van Mr Billy, een persoonlijkheid en de eerste zwarte lodge-eigenaar die ik tot dan toe op deze reis was tegengekomen. Hij was de oprichter van een verboden krant ten tijde van de dictatuur van Banda. Hij had in 1994 stage gelopen bij het Limburgs Dagblad en had zich verwonderd over Nederland, het enige andere land wat hij had leren kennen tot nu toe. Een humoristisch verwonderingsinterview met hem in het Nederlands liet hij mij lezen. We hebben een hele avond gepraat. Hij vertelde over zijn nieuwste project om met collectiviteitskorting en een pinbetaalpas, alle deelnemers goedkoper te laten consumeren en het prijsverschil te laten sparen. Ik vertelde over mijn innerlijke ontwikkelingsmissie en over mijn ideeën voor een aanpassing van het onderwijs, zodat kinderen eerst een basis van zelfvertrouwen zouden krijgen op basis van wie ze zijn, voordat ze nuttige kennis en kunde gaan vergaren. Het rare was dat er na die avond geen verbinding was ontstaan. Hij had mij slechts verwelkomd.

Ik was in Blantyre, moest het land verlaten en dacht aan de grens met Mozambique even een multiple-entry visum en tegelijkertijd een nieuwe maand voor Malawi te halen. Maar toen dat niet bleek te kunnen, ging ik het visum voor Mozambique, wat ik aan de grens moest kopen, toch maar benutten door Centraal-Mozambique te gaan verkennen. Daarover een volgende keer.

Terugkijkend, ben ik erg van Malawi gaan houden. Lieve mensen, fijne sfeer en volop communicatie mogelijk. Het is ongelofelijk knap hoe zij met de armoedige situatie van hun land omgaan.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het laatste stukje Namibië en de Victoria Falls

5 juni 2010:

Het extreme noordoosten van Namibië (de Caprivi-strook) leek mij een prachtige doorgang, via de Victoria Falls in Zambia, naar de oostkant van Afrika. Ik had gehoord over de prachtige natuur daar en leeuwen en olifanten langs de weg, wat het weer minder geschikt maakte voor liften, maar ja. Dat zien we dan wel.

Het had de afgelopen tijd zo hard geregend, dat de Kavango rivier, die het gebied van Angola scheidde, her en der buiten zijn oevers was getreden. In het prachtige gebied bij Divindu betekende het dat ik niet kon kamperen, maar voor de kampeerprijs in een superdeluxe gidsenkamer mocht verblijven. Nicht schlecht!Het stilmakende avonduitzicht over de rivier, met ondergaande zon, bracht alle gasten elke avond bijeen op het terras. We zagen aan de overkant van de rivier krokodillen en hoorden slechtgehumeurde hippo’s, die ’s nachts overstaken naar onze kant en tussen de huisjes doorbanjerden. Ik zei nog: Sssst, maar nee hoor.

Ik voelde me niet zo thuis tussen de toeristen die alleen voor wilde beesten kwamen en niet voor de mensen. In de minibus had ik al vaker open nederzettingen langs de weg gezien die mij enorm uitnodigden om eens langs te gaan, dus dat deed ik. Ik ontdekte een klein dorpje met twee soulmates of mine: Oma Nahepo en haar kleinzoon Peter, die als enige van hun familie de vloek van een zwarte magiër hadden overleefd. We hadden cultuuroverschrijdende gesprekken over de ziel, over de Bron van het bestaan en over het essentialisme. Ik was verrast dat Peter alles kon vertalen voor zijn oma, een heel wijze, sterke vrouw die alles begreep. “Pandu” (dankjewel) zei ze met zoveel liefde en overgave in haar stem. Wow!

Nahepo, de oma van Peter en een prachtmens!

De volgende dag sprak ik Peter alleen en toen kon ik pas zien hoe wijs, vredig, zelfbewust en sterk hij was. We kregen een heel warme band. Hij is de enige persoon tot nu toe op deze reis, waarbij ik bij het afscheid, tranen heb gelaten. De laatste avond heb ik in hun dorpje gekampeerd, gekookt op hun vuurtje en mijn eten gedeeld met de aanwezigen. Dat vuurtje, waar de hele familie elke avond samenkomt om samen te zijn, dat was zoiets moois in Namibië. Alle rust en alle tijd om over alles te praten wat er met elkaar te bespreken valt en om het vuur te horen knisperen. Daar gaat elke Nederlander toch van watertanden, of zie ik dat verkeerd? Is het zielig dat zij geen electriciteit en internet hebben?

Bij gebrek aan openbaar vervoer, probeerde ik van daaruit liftend verder naar het oosten te komen, maar dat ging niet vanzelf. Na 5 km lopen met mijn drie rugzakken kwam ik bij een goede liftplek, waar ik twee andere lifters, gemoderniseerde San Bushmen, leerde kennen die mij uitnodigden om in hun dorp te verblijven. In hun dorp met 1000 (voornamelijk San) mensen, was ook geen elektriciteit en dus wel avondvuurtjes, maar er waren ook 10 kroegen met veel te goedkoop bier, waarvan er twee mbv een generator als disco dienstdeden. Naast alcoholisme, werd het dorp ook door een paar zwarte magiërs in de greep gehouden. Ze woonden naast een nationaal park waar niet gejaagd mag worden… Begrijpelijk als je het hebt over stropen met geweren, maar wel wreed als je daarmee een natuurrespecterend jagersvolk verbiedt om met pijl en boog hun eten bij elkaar te jagen en hun culturele traditie voort te zetten. In feite was er behalve hun taal, die sinds kort in geschreven vorm werd onderwezen, niks meer over van hun cultuur. Ik werd er niet blij van. Tijd om het land te verlaten.

De volgende keer in Namibië zorg ik er zeker dat ik een eigen 4X4 auto tot mijn beschikking heb. Er is nog zoveel meer te zien.

De Victoria Falls in Zambia

Naast het bewonderen van deze schitterende vallen, heb ik Zambia niet voldoende eer aan gedaan om er veel over te kunnen zeggen. Ik heb er vooral gefeest met twee prettig gestroorde Nederlanders, die een tijd in de bushbush hun filmstage hadden gedaan en die met zakjes knockoutpunch (wat de locals drinken) kwamen aanzetten: leuk en gegarandeerd een kater de volgende dag.

Ik ben nu in Malawi, maar daar schrijf ik de volgende keer over. Intussen heb ik op deze reis al 13 Tripjes naar de Vrijheid gedaan. Sommige trippers geven geld en anderen geven iets anders wat ik goed kan gebruiken, zoals een waterfilter, of onderdak en eten. Een ander soort gesprek had ik met een beveiliger van de camping in Senga Bay (Malawi). Het begon ook als een Tripje, maar ontaardde in een inspiratiegesprek over hoe hij geld bij elkaar kon krijgen om te kunnen beginnen met zijn opleiding tot elektriciën. Mijn idee: voeg banaan toe aan de oliebollen die ze hier ook overal verkopen en breng dat als enige in Malawi op de markt. Ik dacht: “Dat was zeker geen Tripje naar de Vrijheid.” Waar anderen het hadden over een “lifechanging experience”, was dit toch heel wat anders. Maar de volgende dag zei hij enthousiast dat zijn familie de bananenbollen heerlijk hadden gevonden en dat hij er werk van ging maken zodra hij weer betaald zou krijgen. Echte aandacht kan op allerlei manieren goed doen, was mijn conclusie.

Warme groeten uit Malawi en tot de volgende update.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Namibie: een rustig en veilig paradijsje

10 mei 2010:

Hoi indirecte medereizigers, daar ben ik weer!

Op aanraden van de filmmaker Craig, mijn contact in Kaapstad, ben ik naar Namibië gegaan om in Tsumkwe de San Bushmen te leren kennen. In de bus naar de hoofdstad Windhoek zat ik er al over te dubben: “Hoe kom ik daar? Geen bussen die zo ver de Kalahari in gaan. Misschien zo ver mogelijk met de bus en dan liften …” Stephanie, een heel aardige dame uit de bus waarmee ik al een goed gesprek had gevoerd, bracht me naar een hostel. Het was nog te vroeg om in te checken, maar een uur later kon ik mijn inmiddels aangeschafte tentje opzetten en aan het ontbijt beginnen.

Een stukje verderop zat een typische Nederlander die net weg wilde gaan voordat ik hem aansprak. Hij bleek 200 km naar het noorden te gaan en over twee dagen verder te rijden naar … Wat denk je? … Tsumkwe. En, ook niet geheel onbelangrijk: hij had een auto en een plaats over. Hij was wel zo Nederlands dat hij de reiskosten wilde delen, maar allée, dat lossen we wel op met een Tripje naar de Vrijheid, dacht ik.

Ik moest wel even bijkomen van deze stroomversnelling, net nu ik dacht even te relaxen in Windhoek en te wachten op een gelukje. Dat is toch niet normaal?! Wat worden die wensen soms toch in een razend tempo vervuld. Ik wist nog niet eens wat ik allemaal mee moest nemen aan kampeerspullen, eten, drinken en geld. En ik wilde even in mijn dagboek schrijven wat er allemaal gebeurd was. Even aarden in Namibië…

Die eerste dag was ik een beetje vaag. Ik moest mijn daypack thuislaten om veilig door de straten van Windhoek te kunnen, zo werd mij verzekerd. Mijn kapotte korte broek moest ik laten repareren, maar op basis van het kaartje in de Lonely Planet verdwaalde ik compleet. Een heel aardige politie-agente in burger die ik de weg vroeg, begeleide mij door de stad. En ’s avonds liet Stephanie me Jo’s Bierhaus zien, de leukste bar van Windhoek.

Op aanraden van de filmmaker Craig, mijn contact in Kaapstad, ben ik naar Namibië gegaan om in Tsumkwe de San Bushmen te leren kennen. In de bus naar de hoofdstad Windhoek zat ik er al over te dubben: “Hoe kom ik daar? Geen bussen die zo ver de Kalahari in gaan. Misschien zo ver mogelijk met de bus en dan liften …” Stephanie, een heel aardige dame uit de bus waarmee ik al een goed gesprek had gevoerd, bracht me naar een hostel. Het was nog te vroeg om in te checken, maar een uur later kon ik mijn inmiddels aangeschafte tentje opzetten en aan het ontbijt beginnen.

Een stukje verderop zat een typische Nederlander die net weg wilde gaan voordat ik hem aansprak. Hij bleek 200 km naar het noorden te gaan en over twee dagen verder te rijden naar … Wat denk je? … Tsumkwe. En, ook niet geheel onbelangrijk: hij had een auto en een plaats over. Hij was wel zo Nederlands dat hij de reiskosten wilde delen, maar allé, dat lossen we wel op met een Tripje naar de Vrijheid, dacht ik.

Ik moest wel even bijkomen van deze stroomversnelling, net nu ik dacht even te relaxen in Windhoek en te wachten op een gelukje. Dat is toch niet normaal?! Wat worden die wensen soms toch in een razend tempo vervuld. Ik wist nog niet eens wat ik allemaal mee moest nemen aan kampeerspullen, eten, drinken en geld. En ik wilde even in mijn dagboek schrijven wat er allemaal gebeurd was. Even aarden in Namibië…

Die eerste dag was ik een beetje vaag. Ik moest mijn daypack thuislaten om veilig door de straten van Windhoek te kunnen, zo werd mij verzekerd. Mijn kapotte korte broek moest ik laten repareren, maar op basis van het kaartje in de Lonely Planet verdwaalde ik compleet. Een heel aardige politie-agente in burger die ik de weg vroeg, begeleide mij door de stad. En ’s avonds liet Stephanie me Jo’s Bierhaus zien, de leukste bar van Windhoek.

Mijn vriend en Sangids, Steve

Affijn, ik ging dus met die Nederlander naar Tsumkwe en leerde daar Steve kennen, één van de San-gidsen die Craig Foster (filmmaker van The Great Dance) mij had aangeraden. Steve werd een vriend van Stef, ongeveer even oud, veel overeenkomstige levenservaringen, bescheiden en gevoelig. Hij heeft mij veel verteld over zijn volk, over hun traditionele overlevering, hun spirituele vorming, hun originele manier van (over)leven, jagen en verzamelen. Meerdere dagen ben ik met hem komen praten, op zijn stukje grond aan de rand van het dorpje Tsumkwe, waar hij met zijn vrouw en kinderen woonde in een eenvoudig éénkamerhuisje.

Ik herkende veel van mezelf in wat hij vertelde over zichzelf en de San, en ik ontdekte steeds meer waarom ik daar naartoe gekomen was. Hij had zich na school (naar westerse richtlijnen) altijd geestelijk moeten schoonmaken, omdat wat hij leerde zo in tegenspraak met zijn eigen cultuur was. Toch was ik blij dat hij daar Engels had geleerd, zodat hij een brug kon vormen naar zijn cultuur. Ik heb inmiddels een artikel geschreven over scholing als tegenstander van authenticiteit.

Ik ben met Steve naar een San nederzetting gelift en we hebben daar een nachtje geslapen. Het was een living museum: Heel raar! Ik kreeg een menukaart, waarin allerlei culturele gebruiken stonden die geshowt konden worden. Je kon mee op jacht, naar een trance dance (hun manier om met de voorouders te communiceren via een healer man) kijken, spelletjes spelen, etc. En achter elke activiteit stond een prijs. Steve heeft mij geholpen om uit te leggen dat ik geen toerist ben en dat ik alleen maar ben gekomen om hun te ontmoeten en met hun te praten.

De dorpsoudste (en zijn gezin) van de nederzetting die ik met Steve bezocht

Toen dat misverstand eenmaal uit de lucht was, kon ik mijn tentje tussen hun hutten neerzetten, we praatten over de problemen van de San met de instandhouding van hun cultuur in een sterk verwesterende/moderniserende culturele omgeving. Het was moeilijk om de jeugd bij de traditie te houden en dit museum was een poging om de cultuur ook bij hen te laten herleven. Toen de avond viel, kregen Steve en ik een eigen vuurtje om ons eten op klaar te maken. Bij de meeste van de 30 hutten werd er gekookt op een vuurtje, bliksemende wolken in de verte vormden een lichtshow en het was heerlijk stil.

De volgende ochtend heb ik mijn gastheren nog gezegd dat hun culturele identiteit enorm de moeite waard is om voor te vechten, dat ik had gewild dat ik ook zo’n mooie, natuurlijke en spirituele eigen cultuur had, waarvoor ik kon vechten. Ik zei dat ik als coach aan de persoonlijke authenticiteit werkte in mijn eigen land en dat hun persoonlijke kracht ook essentieel was voor het instandhouden van hun cultuur. Ik wenste hen heel veel vertrouwen en innerlijke kracht bij die strijd. Bij het afscheid (mijn eten was op) zei de dorpsoudste tegen mij dat hij hoopte dat ik nog een keer terugkwam en dat we dan meer tijd hadden om van elkaar te leren. Toen wist ik dat mijn bezoek geslaagd was.

Terug in Windhoek heb ik de tijd genomen om na te genieten van al mijn ervaringen hier en artikelen te schrijven en morgen ga ik weer verder met de reis, naar het ultieme noordoosten van Namibia. Tot de volgende update!

Affijn, ik ging dus met die Nederlander naar Tsumkwe en leerde daar Steve kennen, één van de San-gidsen die Craig Foster (filmmaker van The Great Dance) mij had aangeraden. Steve werd een vriend van Stef, ongeveer even oud, veel overeenkomstige levenservaringen, bescheiden en gevoelig. Hij heeft mij veel verteld over zijn volk, over hun traditionele overlevering, hun spirituele vorming, hun originele manier van (over)leven, jagen en verzamelen. Meerdere dagen ben ik met hem komen praten, op zijn stukje grond aan de rand van het dorpje Tsumkwe, waar hij met zijn vrouw en kinderen woonde in een eenvoudig éénkamerhuisje.

Ik herkende veel van mezelf in wat hij vertelde over zichzelf en de San, en ik ontdekte steeds meer waarom ik daar naartoe gekomen was. Hij had zich na school (naar westerse richtlijnen) altijd geestelijk moeten schoonmaken, omdat wat hij leerde zo in tegenspraak met zijn eigen cultuur was. Toch was ik blij dat hij daar Engels had geleerd, zodat hij een brug kon vormen naar zijn cultuur. Ik heb inmiddels een artikel geschreven over scholing als tegenstander van authenticiteit.

Ik ben met Steve naar een San nederzetting gelift en we hebben daar een nachtje geslapen. Het was een living museum: Heel raar! Ik kreeg een menukaart, waarin allerlei culturele gebruiken stonden die geshowt konden worden. Je kon mee op jacht, naar een trance dance (hun manier om met de voorouders te communiceren via een healer man) kijken, spelletjes spelen, etc. En achter elke activiteit stond een prijs. Steve heeft mij geholpen om uit te leggen dat ik geen toerist ben en dat ik alleen maar ben gekomen om hun te ontmoeten en met hun te praten.

Toen dat misverstand eenmaal uit de lucht was, kon ik mijn tentje tussen hun hutten neerzetten, we praatten over de problemen van de San met de instandhouding van hun cultuur in een sterk verwesterende/moderniserende culturele omgeving. Het was moeilijk om de jeugd bij de traditie te houden en dit museum was een poging om de cultuur ook bij hen te laten herleven. Toen de avond viel, kregen Steve en ik een eigen vuurtje om ons eten op klaar te maken. Bij de meeste van de 30 hutten werd er gekookt op een vuurtje, bliksemende wolken in de verte vormden een lichtshow en het was heerlijk stil.

De volgende ochtend heb ik mijn gastheren nog gezegd dat hun culturele identiteit enorm de moeite waard is om voor te vechten, dat ik had gewild dat ik ook zo’n mooie, natuurlijke en spirituele eigen cultuur had, waarvoor ik kon vechten. Ik zei dat ik als coach aan de persoonlijke authenticiteit werkte in mijn eigen land en dat hun persoonlijke kracht ook essentieel was voor het instandhouden van hun cultuur. Ik wenste hen heel veel vertrouwen en innerlijke kracht bij die strijd. Bij het afscheid (mijn eten was op) zei de dorpsoudste tegen mij dat hij hoopte dat ik nog een keer terugkwam en dat we dan meer tijd hadden om van elkaar te leren. Toen wist ik dat mijn bezoek geslaagd was.

Terug in Windhoek heb ik de tijd genomen om na te genieten van al mijn ervaringen hier en artikelen te schrijven en morgen ga ik weer verder met de reis, naar het ultieme noordoosten van Namibië.

Tot de volgende update!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kaapstad de drempel naar Afrika

12 april 2010:

Ik ben nu bijna twee weken in Kaapstad, een rustige, Westerse, mooie stad in een prachtige setting en met een heerlijk klimaat. Maar ik voel me nog niet echt in Afrika. Misschien gaat daar vanaf morgen verandering in komen, want dan ga ik naar Namibië. Ik wilde naar de tweede grootste canyon in de wereld in het zuiden van dat land, maar er is geen enkel transportmiddel te vinden om daar te komen.

Het nationale park in Zuid-Afrika, waar de San bushmen (het oudste volk) zouden zitten, blijkt erg moeilijk te bereiken en daarnaast zouden de San people in Namibia veel dichter bij hun eigen cultuur gebleven zijn. Ze hebben daar een eigen stuk grond. De maker van de film The Great Dance (een aanrader als je geïnteresseerd bent in dit originele volk wat kan overleven in de Kalahari) mailde me terug dat ik beter naar Namibië kon gaan voor mijn zoektocht.

Voordat ik Zuid-Afrika verlaat wil ik toch nog enkele dingen vertellen die me in dit land zijn opgevallen. Zo vertelde Prudence, een schoonmaakster in mijn hostel, iets over haar volk de Xhosa, wat mij toch totaal niet kon charmeren. Zij hebben namelijk het gebruik waarin jongens op een bepaald moment een besnijdingsritueel moeten ondergaan, om te bewijzen dat ze een man zijn. Die besnijdenis vindt op zo’n brute wijze plaats, met een rots in plaats van een mes ofzo, dat ik nu al weet dat ik niks ga leren van hun cultuur. Ik voelde me al rebels worden. “Als ik een Xhosa was geweest, dan….”

Een pan-African meal: kudu, struisvogel en springbok

Zuid-Afrikaans eten is net zo moeilijk te vinden als Nederlands eten in Nederlandse restaurants. Er is wel volop Indiaas, Chinees, Maleisisch, Italiaans, Spaans en ga zo maar door te vinden. Gelukkig ben ik via de Kenyaanse masseuse Megy, met wie ik een Tripje naar de Vrijheid heb uitgewisseld voor een massage, bij een Malinees eethuisje terechtgekomen. Echt Afrikaans: een heel simpele eetkamer met kapotte stoelen en heel lekker eten voor weinig geld. Ik kreeg eetgereedschap (okee dan, bestek) en de anderen aten met de handen. O ja, ik heb ook nog een pan-Afrikaanse maaltijd gegeten, met kudu, struisvogel en springbok. Mijn buurvrouw at een Serengeti-maaltijd met krokodil en wild zwijn.

On top of the world!

Qua uitstapjes, heb ik inmiddels wel voldaan aan mijn verplichtingen als bezoeker. Zo heb ik gisteren de Tafelberg beklommen: een superzware beklimming en afdaling en bovenop is het groot genoeg om te verdwalen. De Lion’s Head was een ander prachtig uitzichtpunt. En met een paar mensen van het hostel ben ik ook een dagje wijn gaan proeven op drie van de honderden wijngaarden in de buurt. Als ik hier zou wonen zou ik elke zondag nieuwe wijn gaan proeven.

Toch vind ik door de stad lopen en met mensen in gesprek komen het leukste. Dat gaat steeds gemakkelijker. De kassieres van de supermarkt om de hoek vinden dat ik niet weg moet gaan, maar ik ben klaar om te beginnen aan mijn reis door het echte Afrika. Ik heb vandaag een tent gekocht en ik heb enkele andere voorbereidingen getroffen voor de Kalahari. Namibia, here we come!

Groetjes en tot het volgende bericht met meer foto’s.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De eerste halte: Kaapstad

4 april 2010:

Hallo allemaal,

Welkom op mijn reis door Afrika. Ik wil op deze manier af en toe ervaringen en overdenkingen delen met degenen die willen volgen hoe het eraan toe gaat met mijn avontuur.

Voor zover ik het kan zien, ga ik het komende jaar de volgende landen aandoen: Zuid-Afrika, Mozambique, Zimbabwe, Malawi, Zambia, Tanzania, Madagascar, Uganda, Ethiopië. Het zijn intenties, maar niks staat vast.

Mijn persoonlijke doel is het verbinden van het spirituele en het natuurlijke. Ik zoek hier inspiratie om meer contact te krijgen met de spirituele beleving van de natuur, zoals natuurvolkeren en sjamanen dat hebben.

Ik heb een enkeltje naar Kaapstad genomen en hier, in deze rustige, mooie, veilige, prachtig gelegen en tamelijk Westerse stad begint mijn avontuur. Kaapstad ligt prachtig, omringd door extreme natuurschoon.

De sfeervolle schoonheid van Kaapstad

 

 

 

Waar de stad, zoals elke stad, toch vooral energie kost, is het zo heerlijk om te ervaren hoe de natuur je juist energie geeft. Zo ben ik net Signal Hill opgelopen, een bergrug van waaruit je de hele stad en de omgeving kunt zien. Heerlijk!

Ik ben me aan het oriënteren om naar een natuurpark in de Kalahari woestijn te gaan, waar het oudste volk ter wereld leeft: de San bushmen.

Tot zover mijn eerste bericht. Ze gaan hier sluiten. Groetjes,

Stef

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen