Namibie: een rustig en veilig paradijsje

10 mei 2010:

Hoi indirecte medereizigers, daar ben ik weer!

Op aanraden van de filmmaker Craig, mijn contact in Kaapstad, ben ik naar Namibië gegaan om in Tsumkwe de San Bushmen te leren kennen. In de bus naar de hoofdstad Windhoek zat ik er al over te dubben: “Hoe kom ik daar? Geen bussen die zo ver de Kalahari in gaan. Misschien zo ver mogelijk met de bus en dan liften …” Stephanie, een heel aardige dame uit de bus waarmee ik al een goed gesprek had gevoerd, bracht me naar een hostel. Het was nog te vroeg om in te checken, maar een uur later kon ik mijn inmiddels aangeschafte tentje opzetten en aan het ontbijt beginnen.

Een stukje verderop zat een typische Nederlander die net weg wilde gaan voordat ik hem aansprak. Hij bleek 200 km naar het noorden te gaan en over twee dagen verder te rijden naar … Wat denk je? … Tsumkwe. En, ook niet geheel onbelangrijk: hij had een auto en een plaats over. Hij was wel zo Nederlands dat hij de reiskosten wilde delen, maar allée, dat lossen we wel op met een Tripje naar de Vrijheid, dacht ik.

Ik moest wel even bijkomen van deze stroomversnelling, net nu ik dacht even te relaxen in Windhoek en te wachten op een gelukje. Dat is toch niet normaal?! Wat worden die wensen soms toch in een razend tempo vervuld. Ik wist nog niet eens wat ik allemaal mee moest nemen aan kampeerspullen, eten, drinken en geld. En ik wilde even in mijn dagboek schrijven wat er allemaal gebeurd was. Even aarden in Namibië…

Die eerste dag was ik een beetje vaag. Ik moest mijn daypack thuislaten om veilig door de straten van Windhoek te kunnen, zo werd mij verzekerd. Mijn kapotte korte broek moest ik laten repareren, maar op basis van het kaartje in de Lonely Planet verdwaalde ik compleet. Een heel aardige politie-agente in burger die ik de weg vroeg, begeleide mij door de stad. En ’s avonds liet Stephanie me Jo’s Bierhaus zien, de leukste bar van Windhoek.

Op aanraden van de filmmaker Craig, mijn contact in Kaapstad, ben ik naar Namibië gegaan om in Tsumkwe de San Bushmen te leren kennen. In de bus naar de hoofdstad Windhoek zat ik er al over te dubben: “Hoe kom ik daar? Geen bussen die zo ver de Kalahari in gaan. Misschien zo ver mogelijk met de bus en dan liften …” Stephanie, een heel aardige dame uit de bus waarmee ik al een goed gesprek had gevoerd, bracht me naar een hostel. Het was nog te vroeg om in te checken, maar een uur later kon ik mijn inmiddels aangeschafte tentje opzetten en aan het ontbijt beginnen.

Een stukje verderop zat een typische Nederlander die net weg wilde gaan voordat ik hem aansprak. Hij bleek 200 km naar het noorden te gaan en over twee dagen verder te rijden naar … Wat denk je? … Tsumkwe. En, ook niet geheel onbelangrijk: hij had een auto en een plaats over. Hij was wel zo Nederlands dat hij de reiskosten wilde delen, maar allé, dat lossen we wel op met een Tripje naar de Vrijheid, dacht ik.

Ik moest wel even bijkomen van deze stroomversnelling, net nu ik dacht even te relaxen in Windhoek en te wachten op een gelukje. Dat is toch niet normaal?! Wat worden die wensen soms toch in een razend tempo vervuld. Ik wist nog niet eens wat ik allemaal mee moest nemen aan kampeerspullen, eten, drinken en geld. En ik wilde even in mijn dagboek schrijven wat er allemaal gebeurd was. Even aarden in Namibië…

Die eerste dag was ik een beetje vaag. Ik moest mijn daypack thuislaten om veilig door de straten van Windhoek te kunnen, zo werd mij verzekerd. Mijn kapotte korte broek moest ik laten repareren, maar op basis van het kaartje in de Lonely Planet verdwaalde ik compleet. Een heel aardige politie-agente in burger die ik de weg vroeg, begeleide mij door de stad. En ’s avonds liet Stephanie me Jo’s Bierhaus zien, de leukste bar van Windhoek.

Mijn vriend en Sangids, Steve

Affijn, ik ging dus met die Nederlander naar Tsumkwe en leerde daar Steve kennen, één van de San-gidsen die Craig Foster (filmmaker van The Great Dance) mij had aangeraden. Steve werd een vriend van Stef, ongeveer even oud, veel overeenkomstige levenservaringen, bescheiden en gevoelig. Hij heeft mij veel verteld over zijn volk, over hun traditionele overlevering, hun spirituele vorming, hun originele manier van (over)leven, jagen en verzamelen. Meerdere dagen ben ik met hem komen praten, op zijn stukje grond aan de rand van het dorpje Tsumkwe, waar hij met zijn vrouw en kinderen woonde in een eenvoudig éénkamerhuisje.

Ik herkende veel van mezelf in wat hij vertelde over zichzelf en de San, en ik ontdekte steeds meer waarom ik daar naartoe gekomen was. Hij had zich na school (naar westerse richtlijnen) altijd geestelijk moeten schoonmaken, omdat wat hij leerde zo in tegenspraak met zijn eigen cultuur was. Toch was ik blij dat hij daar Engels had geleerd, zodat hij een brug kon vormen naar zijn cultuur. Ik heb inmiddels een artikel geschreven over scholing als tegenstander van authenticiteit.

Ik ben met Steve naar een San nederzetting gelift en we hebben daar een nachtje geslapen. Het was een living museum: Heel raar! Ik kreeg een menukaart, waarin allerlei culturele gebruiken stonden die geshowt konden worden. Je kon mee op jacht, naar een trance dance (hun manier om met de voorouders te communiceren via een healer man) kijken, spelletjes spelen, etc. En achter elke activiteit stond een prijs. Steve heeft mij geholpen om uit te leggen dat ik geen toerist ben en dat ik alleen maar ben gekomen om hun te ontmoeten en met hun te praten.

De dorpsoudste (en zijn gezin) van de nederzetting die ik met Steve bezocht

Toen dat misverstand eenmaal uit de lucht was, kon ik mijn tentje tussen hun hutten neerzetten, we praatten over de problemen van de San met de instandhouding van hun cultuur in een sterk verwesterende/moderniserende culturele omgeving. Het was moeilijk om de jeugd bij de traditie te houden en dit museum was een poging om de cultuur ook bij hen te laten herleven. Toen de avond viel, kregen Steve en ik een eigen vuurtje om ons eten op klaar te maken. Bij de meeste van de 30 hutten werd er gekookt op een vuurtje, bliksemende wolken in de verte vormden een lichtshow en het was heerlijk stil.

De volgende ochtend heb ik mijn gastheren nog gezegd dat hun culturele identiteit enorm de moeite waard is om voor te vechten, dat ik had gewild dat ik ook zo’n mooie, natuurlijke en spirituele eigen cultuur had, waarvoor ik kon vechten. Ik zei dat ik als coach aan de persoonlijke authenticiteit werkte in mijn eigen land en dat hun persoonlijke kracht ook essentieel was voor het instandhouden van hun cultuur. Ik wenste hen heel veel vertrouwen en innerlijke kracht bij die strijd. Bij het afscheid (mijn eten was op) zei de dorpsoudste tegen mij dat hij hoopte dat ik nog een keer terugkwam en dat we dan meer tijd hadden om van elkaar te leren. Toen wist ik dat mijn bezoek geslaagd was.

Terug in Windhoek heb ik de tijd genomen om na te genieten van al mijn ervaringen hier en artikelen te schrijven en morgen ga ik weer verder met de reis, naar het ultieme noordoosten van Namibia. Tot de volgende update!

Affijn, ik ging dus met die Nederlander naar Tsumkwe en leerde daar Steve kennen, één van de San-gidsen die Craig Foster (filmmaker van The Great Dance) mij had aangeraden. Steve werd een vriend van Stef, ongeveer even oud, veel overeenkomstige levenservaringen, bescheiden en gevoelig. Hij heeft mij veel verteld over zijn volk, over hun traditionele overlevering, hun spirituele vorming, hun originele manier van (over)leven, jagen en verzamelen. Meerdere dagen ben ik met hem komen praten, op zijn stukje grond aan de rand van het dorpje Tsumkwe, waar hij met zijn vrouw en kinderen woonde in een eenvoudig éénkamerhuisje.

Ik herkende veel van mezelf in wat hij vertelde over zichzelf en de San, en ik ontdekte steeds meer waarom ik daar naartoe gekomen was. Hij had zich na school (naar westerse richtlijnen) altijd geestelijk moeten schoonmaken, omdat wat hij leerde zo in tegenspraak met zijn eigen cultuur was. Toch was ik blij dat hij daar Engels had geleerd, zodat hij een brug kon vormen naar zijn cultuur. Ik heb inmiddels een artikel geschreven over scholing als tegenstander van authenticiteit.

Ik ben met Steve naar een San nederzetting gelift en we hebben daar een nachtje geslapen. Het was een living museum: Heel raar! Ik kreeg een menukaart, waarin allerlei culturele gebruiken stonden die geshowt konden worden. Je kon mee op jacht, naar een trance dance (hun manier om met de voorouders te communiceren via een healer man) kijken, spelletjes spelen, etc. En achter elke activiteit stond een prijs. Steve heeft mij geholpen om uit te leggen dat ik geen toerist ben en dat ik alleen maar ben gekomen om hun te ontmoeten en met hun te praten.

Toen dat misverstand eenmaal uit de lucht was, kon ik mijn tentje tussen hun hutten neerzetten, we praatten over de problemen van de San met de instandhouding van hun cultuur in een sterk verwesterende/moderniserende culturele omgeving. Het was moeilijk om de jeugd bij de traditie te houden en dit museum was een poging om de cultuur ook bij hen te laten herleven. Toen de avond viel, kregen Steve en ik een eigen vuurtje om ons eten op klaar te maken. Bij de meeste van de 30 hutten werd er gekookt op een vuurtje, bliksemende wolken in de verte vormden een lichtshow en het was heerlijk stil.

De volgende ochtend heb ik mijn gastheren nog gezegd dat hun culturele identiteit enorm de moeite waard is om voor te vechten, dat ik had gewild dat ik ook zo’n mooie, natuurlijke en spirituele eigen cultuur had, waarvoor ik kon vechten. Ik zei dat ik als coach aan de persoonlijke authenticiteit werkte in mijn eigen land en dat hun persoonlijke kracht ook essentieel was voor het instandhouden van hun cultuur. Ik wenste hen heel veel vertrouwen en innerlijke kracht bij die strijd. Bij het afscheid (mijn eten was op) zei de dorpsoudste tegen mij dat hij hoopte dat ik nog een keer terugkwam en dat we dan meer tijd hadden om van elkaar te leren. Toen wist ik dat mijn bezoek geslaagd was.

Terug in Windhoek heb ik de tijd genomen om na te genieten van al mijn ervaringen hier en artikelen te schrijven en morgen ga ik weer verder met de reis, naar het ultieme noordoosten van Namibië.

Tot de volgende update!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kaapstad de drempel naar Afrika

12 april 2010:

Ik ben nu bijna twee weken in Kaapstad, een rustige, Westerse, mooie stad in een prachtige setting en met een heerlijk klimaat. Maar ik voel me nog niet echt in Afrika. Misschien gaat daar vanaf morgen verandering in komen, want dan ga ik naar Namibië. Ik wilde naar de tweede grootste canyon in de wereld in het zuiden van dat land, maar er is geen enkel transportmiddel te vinden om daar te komen.

Het nationale park in Zuid-Afrika, waar de San bushmen (het oudste volk) zouden zitten, blijkt erg moeilijk te bereiken en daarnaast zouden de San people in Namibia veel dichter bij hun eigen cultuur gebleven zijn. Ze hebben daar een eigen stuk grond. De maker van de film The Great Dance (een aanrader als je geïnteresseerd bent in dit originele volk wat kan overleven in de Kalahari) mailde me terug dat ik beter naar Namibië kon gaan voor mijn zoektocht.

Voordat ik Zuid-Afrika verlaat wil ik toch nog enkele dingen vertellen die me in dit land zijn opgevallen. Zo vertelde Prudence, een schoonmaakster in mijn hostel, iets over haar volk de Xhosa, wat mij toch totaal niet kon charmeren. Zij hebben namelijk het gebruik waarin jongens op een bepaald moment een besnijdingsritueel moeten ondergaan, om te bewijzen dat ze een man zijn. Die besnijdenis vindt op zo’n brute wijze plaats, met een rots in plaats van een mes ofzo, dat ik nu al weet dat ik niks ga leren van hun cultuur. Ik voelde me al rebels worden. “Als ik een Xhosa was geweest, dan….”

Een pan-African meal: kudu, struisvogel en springbok

Zuid-Afrikaans eten is net zo moeilijk te vinden als Nederlands eten in Nederlandse restaurants. Er is wel volop Indiaas, Chinees, Maleisisch, Italiaans, Spaans en ga zo maar door te vinden. Gelukkig ben ik via de Kenyaanse masseuse Megy, met wie ik een Tripje naar de Vrijheid heb uitgewisseld voor een massage, bij een Malinees eethuisje terechtgekomen. Echt Afrikaans: een heel simpele eetkamer met kapotte stoelen en heel lekker eten voor weinig geld. Ik kreeg eetgereedschap (okee dan, bestek) en de anderen aten met de handen. O ja, ik heb ook nog een pan-Afrikaanse maaltijd gegeten, met kudu, struisvogel en springbok. Mijn buurvrouw at een Serengeti-maaltijd met krokodil en wild zwijn.

On top of the world!

Qua uitstapjes, heb ik inmiddels wel voldaan aan mijn verplichtingen als bezoeker. Zo heb ik gisteren de Tafelberg beklommen: een superzware beklimming en afdaling en bovenop is het groot genoeg om te verdwalen. De Lion’s Head was een ander prachtig uitzichtpunt. En met een paar mensen van het hostel ben ik ook een dagje wijn gaan proeven op drie van de honderden wijngaarden in de buurt. Als ik hier zou wonen zou ik elke zondag nieuwe wijn gaan proeven.

Toch vind ik door de stad lopen en met mensen in gesprek komen het leukste. Dat gaat steeds gemakkelijker. De kassieres van de supermarkt om de hoek vinden dat ik niet weg moet gaan, maar ik ben klaar om te beginnen aan mijn reis door het echte Afrika. Ik heb vandaag een tent gekocht en ik heb enkele andere voorbereidingen getroffen voor de Kalahari. Namibia, here we come!

Groetjes en tot het volgende bericht met meer foto’s.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De eerste halte: Kaapstad

4 april 2010:

Hallo allemaal,

Welkom op mijn reis door Afrika. Ik wil op deze manier af en toe ervaringen en overdenkingen delen met degenen die willen volgen hoe het eraan toe gaat met mijn avontuur.

Voor zover ik het kan zien, ga ik het komende jaar de volgende landen aandoen: Zuid-Afrika, Mozambique, Zimbabwe, Malawi, Zambia, Tanzania, Madagascar, Uganda, Ethiopië. Het zijn intenties, maar niks staat vast.

Mijn persoonlijke doel is het verbinden van het spirituele en het natuurlijke. Ik zoek hier inspiratie om meer contact te krijgen met de spirituele beleving van de natuur, zoals natuurvolkeren en sjamanen dat hebben.

Ik heb een enkeltje naar Kaapstad genomen en hier, in deze rustige, mooie, veilige, prachtig gelegen en tamelijk Westerse stad begint mijn avontuur. Kaapstad ligt prachtig, omringd door extreme natuurschoon.

De sfeervolle schoonheid van Kaapstad

 

 

 

Waar de stad, zoals elke stad, toch vooral energie kost, is het zo heerlijk om te ervaren hoe de natuur je juist energie geeft. Zo ben ik net Signal Hill opgelopen, een bergrug van waaruit je de hele stad en de omgeving kunt zien. Heerlijk!

Ik ben me aan het oriënteren om naar een natuurpark in de Kalahari woestijn te gaan, waar het oudste volk ter wereld leeft: de San bushmen.

Tot zover mijn eerste bericht. Ze gaan hier sluiten. Groetjes,

Stef

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen