Ethiopië: boeiend en sterk karakteristiek land

26 maart 2011:

Ethiopië heeft me weer een heel andere kant van Afrika laten zien, hoewel er meer overeenkomsten zijn met de andere landen op deze reis, dan ik had verwacht. Ik dacht dat dit land een spiritueel sterke en rijke cultuur zou zijn, omdat het als enige Afrikaanse land nooit slachtoffer was geworden van slavernij en kolonialisme. Ik hoopte dat dit land daarom wèl een levende en welzijnsbrengende verbinding met haar wortels zou hebben. Maar helaas, dat was een te mooie gedachte. Als ik volledig wil zijn moet ik er een boek over schrijven. Dat boek gaat er waarschijnlijk niet komen, maar ik wil er nu wel iets over kwijt.

De Ethiopische variant van armoede wordt naar mijn inzicht veroorzaakt door een combinatie van een sterk autoritaire Orthodoxe Kerk en ouders, die volgens de kerkelijke tradities zichzelf en de jeugd onderdrukken, zodat uiteindelijk bijna niemand zijn eigen leven kan richtinggeven en ontwikkelen. Daarnaast heeft het land lang regeringen gehad, die met hun wanbeleid een grote financixeble en materiële armoede hebben veroorzaak. Er is belabberd onderwijs, waar onderwijzers alleen maar spreken, terwijl studenten noteren. Het gevolg: het geschoolde deel van de bevolking kan wel Engels, maar de spraak is nooit geactiveerd. Dan heb je daarnaast, net zoals in andere Afrikaanse landen, de verschillende golven van ontwikkelingshulp gehad die, naast een vergroting van de afhankelijkheid van geld en hulp, gezorgd hebben voor het algemene beeld: een blanke = geld. En dat wordt ondersteund door de “rijke” toeristen, die geld of andere dingen hebben gegeven aan spontaan onstane bedelaars (“Waarom werken, als we zo geld kunnen krijgen?”), zonder na te denken over de gevolgen. Al deze omstandigheden en invloeden hebben van Ethiopië, zowel spiritueel als economisch, een zwak ontwikkeld land gemaakt.

En waar er als blanke reiziger in bijvoorbeeld Malawi en Mozambique zo tegen je opgekeken wordt dat je geen last hebt van de gevolgen van de ongelijke relatie tussen zwart en blank, heb je die last in Ethiopië wel. Jij wordt gezien als een rijke toerist en iedereen heeft recht op jouw aandacht en geld, want “in onze cultuur delen we wat we hebben”. Zo wordt er overvloedig gebedeld door allerlei soorten mensen. Ik heb vaak gereageerd dat ze er te netjes uitzien om te bedelen. “Die schoenen, dat kan echt niet hoor. Geef maar hier. En dat shirt is niet eens gescheurd. Kom eens hier, dan doen we daar even wat aan. Jij kan zo nooit geaccepteerd worden door de bedelaarsvakbond.” Ja, met humor kom je Ethiopië wel door, maar zonder…

Maar naast deze armoede is de Ethiopische cultuur ook verrassend rijk, namelijk op het sociale vlak: je ziet overal warm-vriendschappelijke relaties, ze ontmoeten elkaar en kletsen gezellig. Ze staan open voor contact met iedereen en zijn enorm gastvrij. Ze eten in restaurants of thuis samen, met de handen, van een enorme pannekoek (injera), met een hoopje zeer smakelijke saus van het soort wat de kerk die dag toestaat (vegetarische vastendagen te over). En je bent altijd uitgenodigd om mee te eten. Een andere sociale rijkdom is: samen Etiopische koffie, of Italiaanse espresso/macciato drinken (voor maar €0,15 en dus voor iedereen toegankelijk). En de design-kopjes waarin de Italiaanse koffie geserveerd wordt, doet denken dat je op een exclusieve plek bent, in plaats van in één van de armste landen ter wereld. Nu zijn de Italianen wel 5 jaar in Ethiopië geweest en komt koffie oorspronkelijk uit Ethiopië, uit de streek Kafa. Dus onbegrijpelijk is het niet, maar die combinatie smaakt in ieder geval heerlijk. En ook de sappen die van 100% vers fruit gemaakt worden, zijn beter dan waar dan ook. Ja, er valt ook genoeg te genieten.

Dit soort analyses van armoede en rijkdom maak ik altijd voor mezelf als ik ergens ben, dus de bovenstaande tekst is een try-out. Misschien dat jullie dit ook interessant vinden. Ik zal verder vertellen over mijn ervaringen tijdens de twee maanden in het land.

Ik landde in Addis Ababa en genoot van deze stad en van het Timkat-festival wat al in volle gang was. Het was één van de grootste festivals van het jaar, dat de doop van Jezus Christus herdacht. Ik ging naar het veld waar het feest in vele kleine kringetjes via dans, zang, alcoholisme en meer religieuze manieren gevierd werd en zag een optocht van ontelbare prachtig geklede mensen. En daarna belandde ik in een chathouse, een bar waar vooral op ontstressende bladeren (chat) gekauwd werd (had geen enkel effect op mij) en waar ze ook waterpijp hadden (dat was beter).

Een paar dagen later rolde ik in de artistieke scene van Addis, toen ik na lang blijven hangen in het etnografische museum, de openingsborrel meemaakte van een tentoonstelling over de Duitse fotoexpeditie die begin jaren ’50 de Ethiopische stammen in de South-Omo Valley bezocht, een gebied waar ik ook heen wilde. Op die borrel ontmoette ik kunstmensen die me meenamen naar een contemporary art-gallery (moderne kunst), waar ik zag hoe iemand zijn (lelijke) schilderij in stukken knipte die hij aan bezoekers gaf. Ik kreeg het idee dat het hier meer om temporary dan om contemporary art ging. Maar het was evengoed wel leuk en er waren ook mooie kunstwerken, die de blootstelling aan het publiek wel overleefden. Ik werd uitgenodigd voor het festival met kunst en muziek, dat de week erop plaats zou vinden. En zo bleek Addis verrassend artistiek en leuk. Het was dan ook geen straf om na elke reis door het land, weer terug te moeten keren in de hoofdstad om visas te regelen voor Soedan en Egypte.

Vooraf gezien het interessantste tripje was naar de genoemde stammen in het zuiden van het land, die nog grotendeels in hun eigen traditionele cultuur zouden leven. Ik ging naar Jinka, waar het Mursi-volk in de buurt woont waarvan de vrouwen grote, ronde platen in hun onderlippen dragen om geld te kunnen verdienen. Ze willen namelijk dat je fotox92s van ze maakt en voor elke foto geld betaalt. Het onbegrijpelijke is dat ze deze verminking als het schoonheidsideaal zien en dat toeristen dat geloven (knipoog). Die toeristen gingen massaal in een toerkaravaan bij hen op bezoek voor veel geld, betaalden voor het vervoer, voor het Nationale Park en vervolgens entree voor het dorp. En als ze niet genoeg (betaalde) foto’s namen, konden ze weer gaan. Doei! Op de marktdagen kwamen die Mursi-mensen naar het stadje, maar ik was allang niet meer geïnteresseerd.

Op bezoek bij een gastvrij Hamer-gezin in de South-Omo Valley

Er waren gelukkig ook volken in die regio die wat minder moneyminded en nog echt gastvrij waren. Zo logeerde ik een nacht bij een aardige familie van het Hamer-volk (een veehoudersstam), in mijn tentje naast hun hut. Ik leerde over hun ongelofelijk uitgebreide tradities en dacht aan de ene kant: wat mooi dat ze zo bij hun eeuwenoude cultuur gebleven zijn, maar aan de andere kant moest ik er niet aan denken zelf in zo’n vaststaand programma geboren te zijn, of erin te moeten leven. Ik besprak met ze dat je sommige delen van je cultuur wel mag aanpassen, als de gebruiken door velen niet met plezier worden uitgevoerd. Het voorbeeld dat zich opdrong was het heel hard met rietstengels slaan van jonge vrouwen bij de bull-jumping (volwassenwordings)-ceremonie van hun broers. Het gekke is dat vooral de mannen daarmee een probleem hadden, terwijl de vrouwen dolgraag wilden bewijzen hoe sterk ze waren.

Ik ging vervolgens naar Awassa (= lovely), de romantische hoofdstad van het Zuiden, gelegen aan een mooi meer. Ik kwam er veel mensen tegen die zich wilden ontworstelen aan de opgelegde tradities, van hun familie, de samenleving en de Kerk. Sommigen waren hun vrijheidsstrijd al begonnen, en dat had vaak een complete breuk met hun families opgeleverd. En later dacht ik dat als bevrijding van de kerkelijke tradities in dit land de volgende fase is, dan moet je gaan nadenken waarvoor je vrijheid wilt. Wij hebben in het Westen nu toch onderhand wel duidelijk gekregen dat egocentrische ‘vrijheid’ (materialisme, consumentisme en individualisme) en meer geld, ook niet echt tevreden maakt. Dat was voor hen moeilijk te begrijpen.

En net toen ik mijn idee over cultuur, als een heilig stukje identiteit van een volk begon te herzien en in plaats daarvan, cultuur als traditie ging zien, ofwel als een blok aan het been van iemand die zich op zijn eigen manier wil ontplooien, kwam ik in het Noorden van het land in een bijzonder dorp terecht: Awura Amba. Het dorp was herboren in 1972 met de komst van de stichter: Dr. Zumra. Hij was inmiddels een oude man, analfabeet, maar desondanks vanwege zijn ideeën geëerd met een eredoctoraat bij een vooraanstaande universiteit. Hij had zichzelf gekroond met een zelfrelativerende groene skimuts. Het dorp leefde volgens zijn visie, die hij had sinds zijn vierde levensjaar.

Mijn aangewezen dorpsgids, Dr. Zumra en ik

Hij had zichzelf (zijn ziel) vragen gesteld of dingen belangrijk waren en hoe problemen het beste opgelost konden worden. Van de antwoorden maakte hij een cultuur waarin iedereen menslievendheid en vrede moest nastreven, waarin kinderen recht hadden op voeding, onderdak en onderwijs, waarin iedereen een dag per week werkte voor de ouderen en gehandicapten, waarin mannen en vrouwen gelijkwaardig waren (heel on-Afrikaans), waarin er niet gebedeld werd en er gelijke prijzen waren voor iedereen, waarin het huwelijk gratis was en bestond uit twee handtekeningen zetten. Verder was er geen alcohol, geen chat en werd koffie afgeraden. Hij geloofde in hard werken en wilde alle excuses om niet te werken, afschaffen. Zijn visie ging van organisatorisch tot heel praktisch. Zo ontwierp Zumra zelfs een soort fornuis van klei waarin de warmte van één vuurtje optimaal, voor meerdere pannen benut werd.

Dit was wel een mooie cultuur, van een hoger niveau dan de rest van Ethiopië. Maar toch miste ik in hun dorp de individuele vrijheid en de aandacht voor de diepere, persoonlijke problematiek. Maar ja, komende uit Nederland is het alleen maar logisch dat mijn visie begint vanuit de vrijheid en erkenning van het individu, in tegenstelling tot Zumra’s visie, die vanuit het algemene belang van de samenleving richting de praktijk denkt.

De kastelentuin van Gonder

Mijn bezoek aan Ethiopië eindigde in Gonder, de oude hoofdstad van het land, met een soort kastelenpark midden in het hart. Dat was een heel vredig, stijlvol, oud, ruimtelijk en mooi ommuurd gebied, met genoeg ruimte om de fantasie de vrije loop te laten over wat zich daar allemaal heeft afgespeeld…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s