Mijn reis door de wereld van het gebroken been

23 februari 2017: Een nieuw perspectief

Sinds bijna een maand zit ik met een gebroken been in het gips. Ineens is er veel meer tijd, nu ik langzamer ga, of stil zit. Velen zeggen dat het heel rot of vervelend voor me is, maar ik zie het als een nieuwe reiservaring. Het klopt dat ik veel minder mobiel ben en dat er veel dingen die zo lang gemakkelijk waren, nu even lastig of moeilijk zijn. Maar het leven in een lager tempo brengt andere ervaringen met zich mee. En daarom voel ik me geen slachtoffer, maar een reiziger door een andere werkelijkheid.

In die wereld van het gebroken been zie, ervaar en leer ik heel veel. Ik denk voor het eerst aan hoe het leven is voor mensen die in een rolstoel belanden. Ik zie mijzelf als een enorm bevoorrecht mens ten opzichte van mensen die niet zo fit en sterk zijn als ik, of die geen goede balans hebben. Dan zijn je mogelijkheden nog veel beperkter dan in mijn geval. Ik denk ook aan mensen met wie het steeds slechter zal gaan, of die voor altijd immobiel zullen blijven. Dan moet je geestelijk wel héél sterk zijn, of worden. Of je wordt gek van frustratie. Ook ik heb moeilijke en paniekerige momenten gehad, als er even een pijn was die ik niet herkende, of als ik mijn draai maar niet kon vinden in de nacht. Ik was dan zo blij dat mijn geliefde er was om mij gerust te stellen. Ook op dat gebied ben ik een grote mazzelaar. Hoe anders zou het zijn zonder haar?

Ik heb me vanaf het begin overgegeven aan deze situatie, maar dat was wel een stuk gemakkelijker omdat ik wist dat deze ervaring weer voorbij zou gaan, zoals alle reiservaringen die ik beleefd heb. Als je accepteert dat de situatie is zoals die is, geeft deze periode van 6 weken in het gips en daarna een aantal weken revalideren, je genoeg tijd om stil te staan bij de waarde van deze ervaring. Zoals in elk land waar ik ooit doorheen gereisd ben, ben ik ook in deze situatie op zoek gegaan naar wat ik ervan kon leren, en waar de ervaring mij zou kunnen inspireren en verrijken.

Op mijn laatste wereldreis door Afrika, ging ik duiken voor de kust van Mozambique. Ik was op zoek naar het prachtige koraalrif, maar ik zag alleen maar een saaie, grauwe en glooiende zeebodem met donkergrijsgroene begroeiing. Dat koraalrif moest hier toch ergens zijn…. Toen ik dichterbij kwam en stil bleef hangen, opende zich een prachtig en levendig paradijs voor mijn ogen, tussen die grauwe bovenlaag. Ik kon er zelfs in gaan, en ik ontdekte een heel scala van veelkleurige vissen, onderwaterdieren en planten. En zo veranderde een dreigende teleurstelling in een ruimtereis door de verrassende waterwereld.

Waarom haal ik dit verhaal erbij? Het breken van mijn been heeft op zo’n zelfde manier, in een dreigend saaie situatie van beperkte mogelijkheden, ook een wereld geopend van andere mogelijkheden, andere ervaringen en andere waarnemingen, waar ik weer nieuwe inzichten uit heb kunnen halen. En de overeenkomst is dat je moet vertragen en stilstaan om wonderen en schoonheid te ervaren, om geraakt te worden en met behulp daarvan, inzichten te krijgen. Dan voel je dat je echt leeft, en dat is heerlijk.

Het leven op rolletjes in Almere Buiten

27 februari 2017: Een opborrelend filosofietje

In mijn geval is dat wat openvalt als ik stilsta, een filosofische wereld, waarin ik oppik/ waarneem, en mijn waarnemingen verwerk tot verdiepende inzichten. Zo kreeg ik afgelopen vrijdag loopgips. Ik vroeg waarom ik het been nu een beetje mocht gaan belasten, waar dat goed voor was. Gipskamerverpleger Jaap zei dat het bot sterker zal worden als het been belast wordt. Dan komt er namelijk meer kalkafzetting in het been. Mensen die te veel stil gaan zitten en hun been nauwelijks belasten, krijgen broze botten.

Interessant! Bij spieren is het een logisch principe dat niet gebruiken zwakker maakt, maar het feit dat ook botten zwakker worden als je ze niet genoeg belast, inspireerde mij tot verder filosoferen tijdens ons direct erop volgende weekend in Zeeland:

Een apparaat dat minder vaak gebruikt wordt, daarvan kan ik me niet voorstellen dat het zwakker wordt. Maar zou al het levende dat niet gebruikt of belast wordt, wel zwakker worden of afsterven? Dat is wel de idee van Darwin over de evolutie. Als een olifant geen slurf meer nodig zou hebben, zou die eraf vallen. De nek van een giraffe werd langer doordat het voedsel in de bomen hoger kwam te zitten. En wat ik laatst in een documentaire zag was dat bosolifanten slagtanden hebben die dichter bij elkaar zitten, omdat ze anders tussen de bomen zouden blijven haken. Logisch, de natuur is een intelligent wezen. Oké, maar als dat zo is, wat betekent dat dan voor de culturele wereld waarin wij leven?

Vroeger kregen wij al de waarschuwing dat rekenmachientjes het einde zou betekenen van het kunnen hoofdrekenen. Maar nu heeft automatisering plaatsgemaakt voor digitalisering, en dat gaat nog veel verder. De afhankelijkheid van de I-Phone is zo groot en zo massaal geworden, dat je sociale leven instort als je hem kwijt zou raken. Herken je dit idee? Wat ik zelf van die afhankelijkheid heb gezien, is dat studenten die met elkaar afgesproken hebben op een plein, als ze aankomen eerst op hun schermpje gaan kijken, en elkaar dan gaan bellen of appen dat ze er zijn. Zijn ze er allebei al, dan volgt de vraag waar de ander staat. En als ze dan opkijken van hun schermpje, dan blijken ze 10 meter van elkaar af te staan… De digitale afhankelijkheid heeft de grenzen van de humor al lang overschreden.

Maar dat betekent dus wel dat meerdere natuurlijke functies van de mens, zoals de intuïtie en misschien wel het onderscheidingsvermogen voor veraf, door steeds minder mensen gebruikt worden, en vervangen worden door een handig apparaat. Hoe meer (digitale) hulpmiddelen we gebruiken, hoe afhankelijker we worden en hoe minder we onze eigen natuurlijke vermogens nog hoeven in te zetten. Het voorbeeld bij uitstek dat me nu binnen komt vallen is de “stomstom” (voor velen beter bekend onder de naam tomtom). Kaartlezen, intuïtie en richtingsgevoel, de weg vragen op het juiste moment, de borden volgen, onthouden hoe je de vorige keer gereden bent, weten waar je bent, het is allemaal niet meer nodig.

Wat gebeurt er dan met die vermogens die dus steeds minder mensen nog gebruiken? Staan we er wel bij stil wat er daarmee allemaal eerst in slaap sukkelt en daarna misschien wel verdwijnt uit onze schat aan vermogens? Zijn er natuurlijke vermogens van de mens die werkelijk overbodig zijn geworden? Of is het wachten totdat de digitalisering aan iedereen zijn keerzijde laat zien, en wij onze afhankelijkheid van de steeds verdergaande digitale hulpmiddelen moeten bekopen?

En ik weet dat ik tot nu toe alleen nog maar enkele achterhaalde voorbeelden heb ingezet. Maar als ik meteen met de zelfrijdende en zelfinparkerende elektrische auto’s was begonnen, dan is mijn hele opbouw weg. Sommige mensen zullen zo’n hypermoderne elektrische auto nemen vanuit milieusparende motieven. Als de elektriciteit ook nog zonder milieuvervuiling is opgewekt, dan is dat natuurlijk wel heel mooi. Maar mijn vraagtekens richtten zich dan ook alleen maar op het zelfrijdende principe. Deze enorme luxe, om niet meer bezig te hoeven zijn met iets dat zo betekenisloos en banaal is als autorijden, ervaren sommigen als een statussymbool, een soort “power to me”. Zij genieten ervan dat ze tijdens het rijden een appje kunnen sturen naar iemand, dat ze tijdens het rijden een appje kunnen sturen. Dit lijkt een typefout, maar dat is het niet. Het is volgens mij eerder een denkfout.

Wat lijkt mij de denkfout? Dat lui makende luxe een rijkdom is. Dat oningevulde ruimte en het zelf doen van de normale dingen in het leven (zoals autorijden, boodschappen doen, koken, schoonmaken), geen waarde hebben. Dat wakker zijn, aanwezig zijn en actief bij je dagelijkse leven betrokken zijn, verspilde energie is die je beter kunt gebruiken.

Weten waar je bent, zien wie je wilt ontmoeten, in contact staan en communiceren met de (niet-digitale) wereld om je heen, ruimte laten aan het toeval, de mogelijkheid van het verdwalen, je eigen weg vinden, zelf sturen, zelf bepalen waar je naartoe gaat, genieten van de stilte, oningevulde ruimte benutten om stil te staan bij je ervaringen. Het heeft wat mij betreft allemaal waarde, omdat het met bewust zijn te maken heeft. Dit betekent niet alleen wakker en bewust deelnemen aan je eigen leven, maar ook actief sturing geven aan je leven, op zo’n manier dat je keuzes passen bij wie je bent. Leven is een werkwoord, geen status.

Ik vrees dat zulke hulpmiddelen, die verkocht worden met behulp van de herkenbare woorden “luxe”, “handig” en “zo gemakkelijk”, ons proberen te verleiden om steeds meer te gaan slapen. Wie steeds meer op die passieve manier slapend leeft, gebruikt zijn eigen mogelijkheden en krachten steeds minder.

En als we daar dan deze natuurwet bij betrekken dat alles wat niet meer gebruikt wordt zwakker wordt en uiteindelijk afsterft, dan komen we toch op het punt dat we ons af moeten vragen: Wat zijn de consequenties voor onze eigen natuurlijke kwaliteiten, ons bewustzijn en onze vrijheid, als wij steeds meer van onze activiteiten gaan uitbesteden aan digitale hulpmiddelen? En willen wij ons daartoe wel laten verleiden?

Advertenties
Geplaatst in Het gebroken been, Uncategorized | 1 reactie

Terugkomen in Nederland na een reis van 13 maanden

2 juni 2011:

Het meest uitdagende deel van een wereldreis dat altijd vergeten wordt in de verhalen, is de laatste etappe: die van de thuiskomst. De vragen waar je in Nederland mee doodgegooid wordt, zijn: Hoe is het om weer hier te zijn? Ben je alweer geland in Nederland? Wil je nog wel reïntegreren of ben je alweer een nieuwe reis aan het plannen? Terwijl de grootste uitdagingen voor mij waren: Hoe ga ik me thuis voelen in Nederland en hoe kan ik wat ik ervaren, geleerd en ingezien hebt gaan toepassen in de gewone wereld?

Volgens mij stellen mensen hier grotendeels dezelfde bovenstaande en-nu?-vragen, aan de ene kant omdat andermans reiservaringen toch ver van hun bed staan en ze er niet zoveel mee kunnen. Aan de andere kant willen ze dat je nu weer gewoon gaat doen, dat je weer bij hun gaat horen. Maar daarnaast is de tijd na de terugkomst ook wel een periode waarover bijna geen reiziger ooit vrijwillig vertelt. Het is de moeilijkste en minst populaire etappe. Veel reizigers belanden tijdelijk in een zwart gat, of gaan zich helemaal niet meer thuis voelen in Nederland. En omdat deze keerzijde van het reizen een beetje taboe is, staan mensen die het moeilijk hebben na een reis, er vaak alleen voor. Hier ben je weer gewoon één van de velen, niemand mag bijzonder zijn of boven het grasveld (knipoog) uitsteken, terwijl je op reis wel bijzonder was voor anderen en veel bijzondere ervaringen had. En juist als je worstelt met je terugkomst, stokt de spontane stroom van avontuurlijke ontmoetingen en ervaringen. Ik schrijf dit terugkomstukje om het stilzwijgen te doorbreken over dit na-je-reis-probleem, wat je ook na een vakantie of festival waarop je veel beleefd hebt, kunt tegenkomen.

Omdat ik al meer wereldreizen heb gemaakt en al vier keer ben teruggekomen uit Verweggistan, dacht ik overmoedig dat ik nu wel zou weten hoe ik zonder in het overbekende zwarte gat te vallen, hier weer mijn leven op kon bouwen. Ik wist dat ik geen verwachtingen moest hebben van mijn oude en nieuwe omgeving (Nederland) en gewoon met mijn eigen dingen bezig moest gaan. Dat lukte. Na twee dagen was het al Koninginnedag. Ik zag heel veel mensen en verrassend genoeg, na 15 jaar in Utrecht gewoond te hebben, slechts een paar bekenden. Op zich was dat wel fijn voor de reiservaring in Nederland, want ik hoefde niet al te veel voorspelbare gesprekken te voeren.

Maar enkele dagen later merkte ik dat ik niet zo aan het genieten was van mijn muziek, van mijn eigen bed, van mijn zelfbereide eten en van de doorbrekende Nederlandse lente, terwijl dat toch wel dingen waren waar ik me op verheugd had. Ik miste de smaakkleur en de intensiteit in het eten, alsof ik er geen contact mee kon maken. Of misschien kon ik die smaak er niet inleggen tijdens het koken. Want koken wordt pas echt een succes als je er liefde (= aandacht) in stopt en van eten ga je pas echt genieten, als je die liefde oppikt en aanneemt.

Op de Lombokmarkt op Bevrijdingsdag belandde ik toch weer in een herkenbaar gesprek met een kennis die mij weer beluisterde met dezelfde argwaan als vroeger. Het gebrek aan openheid en echte interesse viel mij op, ook bij andere oude bekenden. De irritante vraag die wel steeds terugkwam was: “Hoe is het om weer in Nederland te zijn?” Ik kon niks met die vraag. Ik zou het niet weten. Daarom was hij natuurlijk ook zo irritant. Hoe gaat het eigenlijk met mij? Hoe vind ik het om weer hier te zijn? Ik concludeerde dat er een dikke mist in mij hing en dat ik mijzelf uit het oog verloren was. Het eerste terugkomprobleem had ik weliswaar voorkomen: ik had me deze keer niet gestoord aan Nederland en had niks van anderen verwacht. Maar ik had tijdens de grote verandering van reizen naar thuis zijn, geen aandacht besteed aan mezelf. Ik wist dat ik deze geestelijke mist alleen maar kon oplossen door te gaan schrijven in mijn dagboek. Toen ik het opensloeg zag ik dat ik sinds mijn terugkomst nog helemaal niks had geschreven! Dat kan natuurlijk niet. Ik wist eigenlijk allang dat schrijven essentieel is voor mij om mijn ervaringen te verwerken en mezelf helder en fris te houden. En waarom doe ik het dan niet? Weer zo’n lekkere vraag!

Sinds ik dit weer weet ben ik mijn leven actief aan het leven, op tijd naar bed, op tijd op, schrijven voor mezelf, bezig zijn met authenticiteitscoaching en Tripje naar de Vrijheid, de websites en flyers vernieuwen, nieuwe verbindingen leggen met andere hulpverleners die aansluiten bij wat ik doe. En er is nog zo veel meer te doen. Ik heb zo veel artikelen uit te werken, ik heb zo veel te zeggen over Afrika, over waar ontwikkeling moet beginnen, over de desastreuze invloed van de ontwikkelingshulp zoals het nu is, over de afbreuk van authenticiteit door middel van scholing, enzovoort. Sommige artikelen heb ik zelfs al geschreven. Maar toch moet alles wachten. Eerst is er hier in het dure Nederland iets anders nodig. Ik moet geld verdienen en ik voel dat het tijd is om me puur op mijn coaching en later op het schrijven te gaan richten. De tijd van bijbaantjes is voorbij.

Dus nadat ik gedaan had wat nodig was om me weer goed te voelen in Nederland en ik me weer op mijn werk ging richten, werd het tijd om de ontwikkelingen die ik op reis heb doorgemaakt in de praktijk te brengen.

De eerste grote ontwikkeling is die van ongeduld ten opzichte van anderen, naar geduld hebben en erop vertrouwen dat iedereen uiteindelijk zijn eigen timing heeft en manier vindt, voor het zetten van een volgende ontwikkelingsstap in het leven. Dat geduld had ik tijdens mijn coaching altijd al, maar daarbuiten vond ik dat nog wel eens moeilijk. Ik zag en besprak (als vanzelf) vaak de uitdagingen van mensen die ze uiteindelijk toch niet aangingen. En dan dacht ik vaak: Als je het niet aangaat, kom je niet dichterbij. Ik wilde te graag helpen. Nu houd ik meer contact met de ander, ik luister en vraag me af of de ander wel wil horen wat ik zie en ook wanneer ik genoeg heb gezegd. Dan stop ik en accepteer ik de grens. Geduld is liefde, het is ruimte voor een ander hebben en voor jezelf. En ongeduld is onvolwassenheid en onzekerheid. Dat is dus wel een heel grote omslag.

De tweede, nauw verbonden ontwikkeling die ik nu graag in de praktijk breng, is het gegroeide vertrouwen in mijzelf als mogelijk succesvolle brug naar de maatschappelijke wereld toe. Dat ik op allerlei manieren en samen met andere mensen kan bijdragen aan bewustwording in deze wereld en dat daar genoeg behoefte aan is, zodat ik daarvan kan leven. Met mijn groei in geduld en vertrouwen gaat dat succes zeker groeien. Want ik weet al heel lang dat ik iets essentieels kom brengen: een richtingaanwijzer die wijst naar zelfbewustwording als de eerste stap van elke ontwikkeling. Ik hoop dat ik dit werk weer snel in de praktijk kan brengen. De praktijk is weer geopend, maar de websites en flyers updaten is nu het grootste werk. Alles wat ik opgebouwd heb moet met mij mee veranderen.

2 juli 2011:

Er is de afgelopen week veel gebeurd en ik kan inmiddels zeggen dat ik nu echt weer helemaal terug ben. Ik heb een paar Tripjes naar de Vrijheid gedaan en daarvan willen enkelen met behulp van authenticiteitscoaching hun uitdagingen aangaan. Wat heerlijk! Ik wil niks liever dan werken, dit werk! De laatste tijd merkte ik al dat mijn vernieuwde flyers en de gesprekjes over wat ik doe, mensen enthousiast maakten en ze persoonlijk aansprak. Maar dat deze stroom nu ook echt werk oplevert, is natuurlijk weer een flinke stap verder.

Daarnaast is er contact met een middelbare school waar ik misschien wel als coach aan de slag kan en er komen weer beurzen en festivals aan waar ik Tripjes ga aanbieden. Kortom mijn maatschappelijke ontwikkeling stroomt en hij voelt sterker dan ooit tevoren.

Juni was een maand vol uitdagingen om mijn leven om te zetten van oud naar nieuw. Ik merkte dat het eigenlijk niet zo moeilijk was voor mijzelf om het nieuwe te omarmen en te leven. Maar de uitdaging lag nu in het feit dat anderen het nu ook nog moesten gaan zien en vooral geloven en accepteren.

Het is eigenlijk een prachtige dans: op reis gaan, stappen zetten in je persoonlijke ontwikkeling, geestelijk rijker en sterker worden, terugkeren naar het oude en heel je oude leven, inclusief je oude zelf en de mensen die van je houden, meenemen naar je vergaarde rijkdom, in een hartelijke omhelzing.

Hartelijke groeten en tot mijn volgende reis,

Stef

PS: Bedankt voor al jullie reacties en jullie aandacht voor mijn stukjes. Ik hoop dat je ervan hebt genoten. Mijn reis is voorbij. Ik ben weer helemaal hier. Vanaf nu zal ik weer af en toe een nieuwsbrief versturen. Je kunt je aanmelden voor de nieuwsbrief op: steffromcreek@gmail.com. Inmiddels ben ik ook een nieuwe weblog begonnen die ik als Column ga gebruiken: www.globalsoulcolumn.wordpress.com. En voor wie interesse heeft in een Tripje naar de Vrijheid, of wie de omzwervingen van de Global Soul Travel Coach wil volgen, die kan af en toe op de agenda kijken van de inmiddels vernieuwde website: www.tripjenaardevrijheid.nl. Ook www.authenticiteitscoaching.nl heeft een update ondergaan, dus voel je vrij om daar ook nog eens rond te kijken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De laatste etappe: via Soedan en Egypte naar huis

19 mei 2011:

Na twee maanden lang in Ethiopië overwegend voor Sinterklaas aangezien te zijn, was het wel weer verfrissend om in Soedan echte gastvrijheid en open, vrij en persoonlijk contact te ervaren. Jeetje, niemand vraagt om geld. Dat is raar. Ik ben dan alleen in Noord Soedan geweest, maar dat was genieten met volle teugen. Okee, het is een strenge moslimstaat en ik heb inderdaad geen Soedanese vrouw gesproken. Maar misschien wel omdat de overheid zo streng is, zijn de mensen (mannen) openminded, vrijheidzoekend en vaak erg blij om mij te zien.

In het eerste stadje, Gedaref , heb ik geen andere blanke gezien. Iedereen groette, zonder bijbedoelingen, en ik werd door velen uitgenodigd op de thee. Ik kreeg zelfs geen kans om de ander op mijn beurt uit te nodigen. Het is mij maar één keer gelukt om mijn thee zelf te betalen, maar dat was toen er even geen Soedanees in de buurt was. Het is zo’n fijn volk, zo open en aardig. En voor ik het wist was ik mannen aan het coachen. Ze stelden zich kwetsbaar op en konden hun gevoelens verrassend goed uiten. Ik heb geen Tripje naar de Vrijheid met ze gedaan, maar ik voerde meerdere bevestigingsgesprekken per dag. Dat wil ik in Nederland er ook bij gaan doen, bevestigingsgesprekken voor kinderen en volwassenen, als steuntje voor je authentieke ik en voor het zelfvertrouwen van binnenuit.

Mijn lieve Zuid-Soedanese vriend Joseph van het restaurant naast mijn hostel in Gedaref

Ik vond het wel grappig om niks te begrijpen van de moslimregels en gebruiken die er in Soedan heersten, en er een beetje mee te spelen: “Waarom draagt die vrouw sokken in haar slippers? Is 40 graden en een verschroeiende zon niet warm genoeg?” en “Mmm, dus jij hebt vier vrouwen? Dat lijkt mij wel wat. Kan ik er twee lenen om het eens te proberen?” en “Oeps, mag je hier niet met ontbloot bovenlijf op het balkon staan?” Ik zag wel dat de meeste mannen een andere mode volgden, voornamelijk die van de witte soepjurken, maar ja…” Ik voelde me in ieder geval heerlijk in de rol van passant en had veel lol. Ook al snapten ze mijn humor niet altijd helemaal, ze waren erg tolerant en vriendelijk opvoedkundig ten opzichte van zo’n “onwetende” westerling als ik.

Omdat ik maar een visum voor twee weken had gekregen en ik ook echt wel op de weg terug naar huis was, nam ik niet de tijd om het hele land uitvoerig te bekijken. Ik zou daarom nog wel een keertje terug willen gaan. Het mooiste wat ik niet gezien heb, is het Nijlgebied in het noordwesten, het land van de Nubiërs met vele tempels en piramides. In plaats daarvan bezocht ik een Engelse vriendin die ik in Oeganda had leren kennen, in Khartoum. De hoofdstad leek veel meer op een politiestaat dan Gedaref. Toch was het een waardevol bezoek waarin ik mijn kookkunsten weer eens kon uitleven. Daarnaast kon ik Diane voor haar nieuwe stukjes van de stad laten zien en mocht ik haar helpen in haar ontwikkelingsproces. Als beloning van het universum, kwam ik via haar in contact met een aardige collega-lerares die een huis in Luxor (Egypte) bleek te hebben, dat ze voor een vriendenprijs aan mij wilde verhuren.

Dat perfecte huis aan de rustige, niet-toeristische kant van de Nijl, had ik nodig, omdat Queen Caroline Feel Good mij in Luxor zou komen opzoeken. Zij kende mijn manier van reizen iets te goed, dus had ze mij op een doordringende manier geïnstrueerd dat ik niet met een armoedig kamertje met gedeelde badkamer in het goedkoopste hostel aan moest komen. Het was wel geweldig om Caroline compleet uit haar dak te zien gaan van verrassing en opwinding toen we samen het uiterst sfeervolle paleisje binnengingen en na het fonteintje in de tuin, op het met ontelbare lampjes verlichte dakterras aan het einde van de rondleiding kwamen. Het was het begin van een geweldige week in de heerlijke, liefdevolle vertrouwdheid van ons samenzijn en in de oudheid van de Egyptische cultuur. We bezochten enkele tempels die Caroline wilde zien en ontdekten in het Tempelcomplex van Karnak het verborgen standbeeld van Sekhmet, the dark side of Goddess Hathor (de Godin van de Liefde). Wow!!! Dat was voor mij toch wel het hoogtepunt van alle tempels en piramides in Egypte.

Door zich te omringen met de Godinnen Hathor en Isis, probeerde Koning Ramses II ook een God te worden.

Het meer waarover ik per boot Egypte was binnengekomen, was pas ontstaan sinds de bouw van de dam van Aswan. Die had ervoor gezorgd dat veel tempels en Nubische dorpen onder water beland zouden zijn, als UNESCO niet ingegrepen had. Zij hebben voor elkaar gekregen dat in ieder geval de tempels naar hoger gelegen delen verplaatst werden. Ik snap niet dat een land als Egypte zelf niet beseft dat het bewaren van kostbare cultuurschatten, zoals de Tempel van Abu Simbel, heel belangrijk is en dat zij daar zelf niet de verantwoordelijkheid voor hebben genomen. Rond Aswan zag je dus dat zelfs de oude en heilige Egyptische tempels niet aan de wereldwijde digitaliseringsgolf zijn ontsnapt: afgebroken en in blokjes (= pixels) elders gereconstrueerd (= gedigitaliseerd). En zoals mijn artikel over digitalisering als verzwakking van de mens ook al betoogde, voelden de gedigitaliseerde tempels, die van hun originele plek en heelheid waren ontdaan, niet inspirerend, niet bezield en ontvreemd van hun authentieke energie.

De steden Aswan en Luxor beleefden economisch gezien moeilijke tijden doordat de toeristen wegbleven, vanwege de revolutionaire onrust in het land. Heerlijk rustig, maar geheel ten onrechte, want ondanks dat de politie zwak vertegenwoordigd was, had ik niet het idee dat buitenlanders op enige wijze het doelwit waren van alle emoties, die vooral in Cairo door de hoofden van de mensen gierden. Het was een nationale strijd, een inwendig conflict, dat toen ik er was al beslecht was, maar dat nog elke dag overal besproken werd. De jongeren hadden de tirannieke regering van Mubarak omvergeworpen en de ouderen waren trots op hen. Maar hoe nu verder? Waar zijn de intellectuelen? Wie heeft wel enige bestuurlijke ervaring, maar is toch niet corrupt? Hebben de jongeren ook oplossingen? Hoe kunnen alle bevolkingslagen gexefntegreerd en vertegenwoordigd worden in een veelzijdige en controleerbare nieuwe, democratische regering en welke staatsvorm past daarbij? Kortom: geen eenvoudige uitdaging voor Egypte.

Aswan en Luxor waren de hassle-zones van het land, de toeristenindustriegebieden, dus als verkopers of boot-, kameel-, of koetsmannen mij/ons wilden aanspraken, zei ik al meteen: “This is a hassle-free zone”. En grappig genoeg begrepen ze dat. Ze wisten waar ze dag in dag uit mee bezig waren: mensen lastigvallen. In Cairo had je een stuk minder last van dit fenomeen. Maar waar de winkeletalages allerlei prachtige vrouwenkleding en zelfs lingerie lieten zien, zag je op straat niks vrouwelijks rondlopen. Iedere vrouw was compleet verhuld of op een andere manier niet sierlijk gekleed. Het leek dat de Egyptenaren veel conservatievere moslims waren dan de Soedanezen, maar ook tegelijkertijd hypocrieter. Niks mocht officieel, maar ondertussen gebeurde alles in het geheim en werden westerse vrouwen toch wel regelmatig seksueel benaderd door Egyptische mannen. In Dahab, een budgettoeristische duikplaats in de Sinaï-woestijn aan de Golf van Aqaba, heb ik nog twee dagen heerlijk gedoken en genoten van de relatieve vrijheid. En daar deed ik in het Nederlandse hostel waar ik verbleef, bij enkele humoristische gasten alvast een mini-reïntegratiecursus. Ik deed alsof ik een Afrikaan was die meer van Nederland wist dan zij: “Wat zei je nou? Klantenservice? Dat bestaat niet meer hoor. Het komt in ieder geval in het nieuwe woordenboek niet meer voor.”

Alexandrië was de laatste bestemming van deze reis in Afrika en eigenlijk was dat qua cultuur een heel leuke, Mediterraanse stad, veel vrijer en opener dan Cairo en veel authentieker en karakteristieker dan de toeristische oorden. De geur van de Middellandse Zee was heerlijk en anders dan alle andere zeeën, zouter en frisser. Ik vond weer lekkere koffiebarretjes en leerde hoe je daar op straat zelf van deeg, pastrami (vleeswaren) en pardanokaas een smakelijke pizza-calzone-achtige snack kunt maken die ter plekke voor je gebakken wordt in een ronddraaiende oven, waar iedereen op wacht. Van dit soort lokale gebruiken zijn altijd zo leuk om te ervaren als je reist. Daarna werd ik op thee en een waterpijp getrakteerd door een jongen, die later in zijn kamer vertelde wat voor ellende hij had meegemaakt en die moest leren dat je als man ook mocht huilen. Ik vertelde hem dat huilen geen zwakte maar moed betekent en dat het hem zou kunnen helpen om weer verder te gaan met zijn nog jonge leven. Ik hoop dat ons gesprek hem echt heeft geholpen.

Zoals er in Egypte nauwelijks toeristen waren, wat de tempel- en piramidebezoeken zoveel bijzonderder had gemaakt, was ook de enorme auto- en passagiersferry naar Venetië zo goed als leeg. Er was dus behalve de luxe van die moderne, Italiaanse boot, niet veel te beleven in de twee dagen en drie nachten op de Middellandse Zee. Van Venetië naar Nederland liften duurde ongeveer een etmaal en toen was ik, na een voettocht door heel Utrecht, eind april 2011, na 13 maanden op reis weer thuis!

Mijn eerste lift op weg naar huis vanaf de haven van Venetië was best bijzonder te noemen

Ik ga binnenkort nog één weblogbericht aan deze reis toevoegen, omdat de terugkomervaring vaak de grootste uitdaging is die meestal vergeten wordt, maar die zeker een onderdeel uitmaakt van de reis. Want hoe zet je de ontwikkelingen die je op reis doorgemaakt hebt, neer in je oude werkelijkheid? En hoe pak je op een vernieuwde manier de draad weer op qua werk?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ethiopië: boeiend en sterk karakteristiek land

26 maart 2011:

Ethiopië heeft me weer een heel andere kant van Afrika laten zien, hoewel er meer overeenkomsten zijn met de andere landen op deze reis, dan ik had verwacht. Ik dacht dat dit land een spiritueel sterke en rijke cultuur zou zijn, omdat het als enige Afrikaanse land nooit slachtoffer was geworden van slavernij en kolonialisme. Ik hoopte dat dit land daarom wèl een levende en welzijnsbrengende verbinding met haar wortels zou hebben. Maar helaas, dat was een te mooie gedachte. Als ik volledig wil zijn moet ik er een boek over schrijven. Dat boek gaat er waarschijnlijk niet komen, maar ik wil er nu wel iets over kwijt.

De Ethiopische variant van armoede wordt naar mijn inzicht veroorzaakt door een combinatie van een sterk autoritaire Orthodoxe Kerk en ouders, die volgens de kerkelijke tradities zichzelf en de jeugd onderdrukken, zodat uiteindelijk bijna niemand zijn eigen leven kan richtinggeven en ontwikkelen. Daarnaast heeft het land lang regeringen gehad, die met hun wanbeleid een grote financixeble en materiële armoede hebben veroorzaak. Er is belabberd onderwijs, waar onderwijzers alleen maar spreken, terwijl studenten noteren. Het gevolg: het geschoolde deel van de bevolking kan wel Engels, maar de spraak is nooit geactiveerd. Dan heb je daarnaast, net zoals in andere Afrikaanse landen, de verschillende golven van ontwikkelingshulp gehad die, naast een vergroting van de afhankelijkheid van geld en hulp, gezorgd hebben voor het algemene beeld: een blanke = geld. En dat wordt ondersteund door de “rijke” toeristen, die geld of andere dingen hebben gegeven aan spontaan onstane bedelaars (“Waarom werken, als we zo geld kunnen krijgen?”), zonder na te denken over de gevolgen. Al deze omstandigheden en invloeden hebben van Ethiopië, zowel spiritueel als economisch, een zwak ontwikkeld land gemaakt.

En waar er als blanke reiziger in bijvoorbeeld Malawi en Mozambique zo tegen je opgekeken wordt dat je geen last hebt van de gevolgen van de ongelijke relatie tussen zwart en blank, heb je die last in Ethiopië wel. Jij wordt gezien als een rijke toerist en iedereen heeft recht op jouw aandacht en geld, want “in onze cultuur delen we wat we hebben”. Zo wordt er overvloedig gebedeld door allerlei soorten mensen. Ik heb vaak gereageerd dat ze er te netjes uitzien om te bedelen. “Die schoenen, dat kan echt niet hoor. Geef maar hier. En dat shirt is niet eens gescheurd. Kom eens hier, dan doen we daar even wat aan. Jij kan zo nooit geaccepteerd worden door de bedelaarsvakbond.” Ja, met humor kom je Ethiopië wel door, maar zonder…

Maar naast deze armoede is de Ethiopische cultuur ook verrassend rijk, namelijk op het sociale vlak: je ziet overal warm-vriendschappelijke relaties, ze ontmoeten elkaar en kletsen gezellig. Ze staan open voor contact met iedereen en zijn enorm gastvrij. Ze eten in restaurants of thuis samen, met de handen, van een enorme pannekoek (injera), met een hoopje zeer smakelijke saus van het soort wat de kerk die dag toestaat (vegetarische vastendagen te over). En je bent altijd uitgenodigd om mee te eten. Een andere sociale rijkdom is: samen Etiopische koffie, of Italiaanse espresso/macciato drinken (voor maar €0,15 en dus voor iedereen toegankelijk). En de design-kopjes waarin de Italiaanse koffie geserveerd wordt, doet denken dat je op een exclusieve plek bent, in plaats van in één van de armste landen ter wereld. Nu zijn de Italianen wel 5 jaar in Ethiopië geweest en komt koffie oorspronkelijk uit Ethiopië, uit de streek Kafa. Dus onbegrijpelijk is het niet, maar die combinatie smaakt in ieder geval heerlijk. En ook de sappen die van 100% vers fruit gemaakt worden, zijn beter dan waar dan ook. Ja, er valt ook genoeg te genieten.

Dit soort analyses van armoede en rijkdom maak ik altijd voor mezelf als ik ergens ben, dus de bovenstaande tekst is een try-out. Misschien dat jullie dit ook interessant vinden. Ik zal verder vertellen over mijn ervaringen tijdens de twee maanden in het land.

Ik landde in Addis Ababa en genoot van deze stad en van het Timkat-festival wat al in volle gang was. Het was één van de grootste festivals van het jaar, dat de doop van Jezus Christus herdacht. Ik ging naar het veld waar het feest in vele kleine kringetjes via dans, zang, alcoholisme en meer religieuze manieren gevierd werd en zag een optocht van ontelbare prachtig geklede mensen. En daarna belandde ik in een chathouse, een bar waar vooral op ontstressende bladeren (chat) gekauwd werd (had geen enkel effect op mij) en waar ze ook waterpijp hadden (dat was beter).

Een paar dagen later rolde ik in de artistieke scene van Addis, toen ik na lang blijven hangen in het etnografische museum, de openingsborrel meemaakte van een tentoonstelling over de Duitse fotoexpeditie die begin jaren ’50 de Ethiopische stammen in de South-Omo Valley bezocht, een gebied waar ik ook heen wilde. Op die borrel ontmoette ik kunstmensen die me meenamen naar een contemporary art-gallery (moderne kunst), waar ik zag hoe iemand zijn (lelijke) schilderij in stukken knipte die hij aan bezoekers gaf. Ik kreeg het idee dat het hier meer om temporary dan om contemporary art ging. Maar het was evengoed wel leuk en er waren ook mooie kunstwerken, die de blootstelling aan het publiek wel overleefden. Ik werd uitgenodigd voor het festival met kunst en muziek, dat de week erop plaats zou vinden. En zo bleek Addis verrassend artistiek en leuk. Het was dan ook geen straf om na elke reis door het land, weer terug te moeten keren in de hoofdstad om visas te regelen voor Soedan en Egypte.

Vooraf gezien het interessantste tripje was naar de genoemde stammen in het zuiden van het land, die nog grotendeels in hun eigen traditionele cultuur zouden leven. Ik ging naar Jinka, waar het Mursi-volk in de buurt woont waarvan de vrouwen grote, ronde platen in hun onderlippen dragen om geld te kunnen verdienen. Ze willen namelijk dat je fotox92s van ze maakt en voor elke foto geld betaalt. Het onbegrijpelijke is dat ze deze verminking als het schoonheidsideaal zien en dat toeristen dat geloven (knipoog). Die toeristen gingen massaal in een toerkaravaan bij hen op bezoek voor veel geld, betaalden voor het vervoer, voor het Nationale Park en vervolgens entree voor het dorp. En als ze niet genoeg (betaalde) foto’s namen, konden ze weer gaan. Doei! Op de marktdagen kwamen die Mursi-mensen naar het stadje, maar ik was allang niet meer geïnteresseerd.

Op bezoek bij een gastvrij Hamer-gezin in de South-Omo Valley

Er waren gelukkig ook volken in die regio die wat minder moneyminded en nog echt gastvrij waren. Zo logeerde ik een nacht bij een aardige familie van het Hamer-volk (een veehoudersstam), in mijn tentje naast hun hut. Ik leerde over hun ongelofelijk uitgebreide tradities en dacht aan de ene kant: wat mooi dat ze zo bij hun eeuwenoude cultuur gebleven zijn, maar aan de andere kant moest ik er niet aan denken zelf in zo’n vaststaand programma geboren te zijn, of erin te moeten leven. Ik besprak met ze dat je sommige delen van je cultuur wel mag aanpassen, als de gebruiken door velen niet met plezier worden uitgevoerd. Het voorbeeld dat zich opdrong was het heel hard met rietstengels slaan van jonge vrouwen bij de bull-jumping (volwassenwordings)-ceremonie van hun broers. Het gekke is dat vooral de mannen daarmee een probleem hadden, terwijl de vrouwen dolgraag wilden bewijzen hoe sterk ze waren.

Ik ging vervolgens naar Awassa (= lovely), de romantische hoofdstad van het Zuiden, gelegen aan een mooi meer. Ik kwam er veel mensen tegen die zich wilden ontworstelen aan de opgelegde tradities, van hun familie, de samenleving en de Kerk. Sommigen waren hun vrijheidsstrijd al begonnen, en dat had vaak een complete breuk met hun families opgeleverd. En later dacht ik dat als bevrijding van de kerkelijke tradities in dit land de volgende fase is, dan moet je gaan nadenken waarvoor je vrijheid wilt. Wij hebben in het Westen nu toch onderhand wel duidelijk gekregen dat egocentrische ‘vrijheid’ (materialisme, consumentisme en individualisme) en meer geld, ook niet echt tevreden maakt. Dat was voor hen moeilijk te begrijpen.

En net toen ik mijn idee over cultuur, als een heilig stukje identiteit van een volk begon te herzien en in plaats daarvan, cultuur als traditie ging zien, ofwel als een blok aan het been van iemand die zich op zijn eigen manier wil ontplooien, kwam ik in het Noorden van het land in een bijzonder dorp terecht: Awura Amba. Het dorp was herboren in 1972 met de komst van de stichter: Dr. Zumra. Hij was inmiddels een oude man, analfabeet, maar desondanks vanwege zijn ideeën geëerd met een eredoctoraat bij een vooraanstaande universiteit. Hij had zichzelf gekroond met een zelfrelativerende groene skimuts. Het dorp leefde volgens zijn visie, die hij had sinds zijn vierde levensjaar.

Mijn aangewezen dorpsgids, Dr. Zumra en ik

Hij had zichzelf (zijn ziel) vragen gesteld of dingen belangrijk waren en hoe problemen het beste opgelost konden worden. Van de antwoorden maakte hij een cultuur waarin iedereen menslievendheid en vrede moest nastreven, waarin kinderen recht hadden op voeding, onderdak en onderwijs, waarin iedereen een dag per week werkte voor de ouderen en gehandicapten, waarin mannen en vrouwen gelijkwaardig waren (heel on-Afrikaans), waarin er niet gebedeld werd en er gelijke prijzen waren voor iedereen, waarin het huwelijk gratis was en bestond uit twee handtekeningen zetten. Verder was er geen alcohol, geen chat en werd koffie afgeraden. Hij geloofde in hard werken en wilde alle excuses om niet te werken, afschaffen. Zijn visie ging van organisatorisch tot heel praktisch. Zo ontwierp Zumra zelfs een soort fornuis van klei waarin de warmte van één vuurtje optimaal, voor meerdere pannen benut werd.

Dit was wel een mooie cultuur, van een hoger niveau dan de rest van Ethiopië. Maar toch miste ik in hun dorp de individuele vrijheid en de aandacht voor de diepere, persoonlijke problematiek. Maar ja, komende uit Nederland is het alleen maar logisch dat mijn visie begint vanuit de vrijheid en erkenning van het individu, in tegenstelling tot Zumra’s visie, die vanuit het algemene belang van de samenleving richting de praktijk denkt.

De kastelentuin van Gonder

Mijn bezoek aan Ethiopië eindigde in Gonder, de oude hoofdstad van het land, met een soort kastelenpark midden in het hart. Dat was een heel vredig, stijlvol, oud, ruimtelijk en mooi ommuurd gebied, met genoeg ruimte om de fantasie de vrije loop te laten over wat zich daar allemaal heeft afgespeeld…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Oeganda: groen paradijs met ontwikkelde en vriendelijke mensen

22 maart 2011:

Tien maanden zijn inmiddels voorbij en Oeganda is tot nu toe mijn favoriete land van deze reis, samen met Namibië. Schitterende natuur, uitzichten over groene bergen, rivierbeddingen, watervallen, moerassen en meren. Maar wat ik één van de hoogtepunten van dit land vond, zijn de Oegandezen. Vooral na het dieptepunt Tanzania, was het een verademing, om mensen te spreken die niet slechts op zoek zijn naar geld, maar die vriendelijk zijn, goed Engels spreken en waarmee je een persoonlijk, interessant en zelfs soms filosofisch gesprek kunt voeren. Ze kijken wel weer op tegen blanken, maar toch was de communicatie niet zo ongelijkwaardig als in sommige andere landen op deze reis.

Vanuit Kampala ben ik een rondje door het land gaan maken. Het begon bij de oorsprong van de Nijl, waar het water uit het Victoriameer stroomt, richting Middellandse Zee. Een gebied met veel wilde stroomversnellingen. Vervolgens ging de reis naar een schitterende vallei met drie watervallen, die tussen drie plateaus naar beneden kletterden. De laatste val was 100 meter lang. Douchen daaronder was een licht masochistische aangelegenheid …, maar wel kicken. In dat gebied werd op dat moment het besnijdingsfeest voor jongens van 16 gevierd. Het was de enige manier om in hun samenleving als (jonge-)man gerespecteerd te worden. Ik vond het helemaal niks, barbaars en wilde het niet meemaken. Maar de tweelingbroers van ongeveer die leeftijd die de watervaltocht gidsten, verzekerden mij dat de besnijdenis het hoogtepunt van hun jaar was. Nou ja…!

Deze zon scheen op het plafond van een 1 meter-hoge rotskamer

De volgende reis bracht me bij een site met heel oude rotstekeningen van de Pygmeeën, de bosjesmannen van deze regio. Eén kamer tussen en onder gigantische stenen had een zon die getekend was op het ongeveer 1 meter lage plafond. Die ruimte voelde als een natuurlijke kerk, als een eeuwenoude meditatieruimte. Wow! Na die inspirerende plek, ging ik door naar de Karuma Falls, een bombastische, overweldigend kolkende en verzwelgende passage van de Victoria-Nijl. En terwijl ik totaal ingenomen werd door Victoria, kroop er een zwarte cobra op twee meter afstand van mij voorbij. Hij zocht me gelukkig niet op, maar het deed me weer beseffen dat je in de wildernis nooit helemaal weg mag dromen. Ik kampeerde daar helemaal alleen in de natuur, een plek die uitkeek op de rivier, met als enige faciliteit een waterpomp. En ’s avonds kwam de beheerder een vuurtje maken om de wilde dieren weg te houden tijdens de nacht.

Voor het vervolg van mijn route moest ik een onverwacht duur national park doorkruisen, waar ik twee nieuwe soorten leerde kennen: de georganiseerde-reis-toeristen en de trots-alcoholistische en doorgewinterde safari-die hards. Omdat ik op het juiste moment op de juiste plek was, bood een voormalige reisleider van groepsreizen door Afrika (van het tweede soort dus) aan, om mee te gaan in hun auto op mijn eerste echte wildsafari. Ik moest wel een paar biertjes kopen, want als ik niet dronk kon ik niet mee. We zagen olifanten, nijlpaarden, giraffen, allerlei soorten antilopen en vogels van heel dichtbij en ik genoot van weer een heerlijke, in de schoot geworpen reiservaring. Ze gaven me ook nog een broodnodige lift naar de (door mensen) bewoonde wereld, dus wat wil je nog meer!

De giraffen hier waren erg donker gekleurd

Met Kerstmis kreeg ik mijn minst geslaagde kerstcadeau ooit: heftige malaria. Nadat ik eerst half geholpen werd in een fabrieksstijl volksziekenhuis, voelde ik me de nacht na mijn ontslag daar, beroerder dan ooit in mijn leven. Gelukkig was er ook een goed ziekenhuis in de buurt, waar ik persoonlijk behandeld werd en waar ik op kon vertrouwen. En ik verbleef bij vrienden die me goed verzorgden en met wie ik tijdens de jaarwisseling alweer kon dansen. Toen ik weer sterk was en reislustig op pad kon, ging ik als toetje, naar het zuidwesten van het land, wat het mooiste deel van het land beloofde te zijn. En het was inderdaad prachtig op een natuurlijke manier, maar er was ook meer armoede op allerlei niveaus daar. Zo was mijn bezoek aan de Pygmeeën in de zuiwestelijke regio zinloos. Nou ja, ik leerde dat er niks over was van hun cultuur (van jagen en verzamelen), van hun trots en hun waardigheid, die vervangen waren door een veelzijdige drugsverslaving en een obsessie voor geld. Als ze een toerist zagen, dan werden ze blij als huisdieren die weten dat ze te eten krijgen als de baas de voerbak pakt. Het was verschrikkelijk. Ik weigerde entree te betalen, omdat ik niet met toeristische bedoelingen kwam en geen foto’s wilde nemen; net zoals in Namibië bij de San Bushmen. Maar de “Koning”, een dronkenlap die totaal geen waardigheid droeg, eiste geld of mijn vertrek.

Lake Bunyoni: puur natuur

Op een heerlijk stil eilandje in een geweldig kratermeer, kreeg ik de tijd om na te denken over Oeganda. Ergens waren de mensen vriendelijk, maar ergens ook een beetje koel en onverbonden, vooral onder elkaar. “Hoe komt dat zo?” Die vraag had ik met allerlei mensen in het hele land besproken en ik het idee wat ik van die gesprekken overhield, was dat zowel de rationele ontwikkeling, als het gebrek aan warmte tussen mensen, veroorzaakt werd door een algemeen Oegandees gebruik: Iedereen die het kan betalen, stuurt zijn kinderen naar kostschool om ze daar te laten opvoeden. Het is een goedkope en gemakkelijke oplossing voor ouders, die dan kunnen werken en het leven kunnen leiden dat ze gewend zijn. Als je je kinderen, soms al vanaf drie jaar, naar kostschool stuurt en de opvoeding bijna compleet uitbesteedt, dan laat je toch geen liefde voor je kind blijken. Maar ja, als ouders zo’n gebrek aan verbondenheid voelen met hun kinderen, dan zou de opvoeding thuis ook geen pretje zijn. De liefdesarmoede die ik gezien heb is zo ingesleten in de Oegandese cultuur, net als het kostschoolgebruik, dat het van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het is extreem moeilijk om zoiets te veranderen. Ik heb er met zo veel mogelijk mensen over gesproken en het bleek dat ook veel jongeren, die op latere leeftijd naar de kostschool gingen, het als een bevrijding van het ouderlijke gezag ervaren hadden. Zo zie je dat de totale waarheid zo veel kanten heeft.

De volgende bestemming van mijn reis, Ethiopië, kon ik helaas vanwege visumcomplicaties alleen per vliegtuig bereiken. Maar over die heel andere ervaringen die ik in dit nieuwe land opdoe, zal ik in mijn volgende bericht schrijven. Ik voorzie dat ik ergens eind april weer thuis zal zijn, om te genieten van de Nederlandse lente en Koninginnedag. Willen jullie wel even meeduimen dat het over een maand of anderhalf een beetje rustiger is geworden in Egypte?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Tanzania: een flinke uitdaging, en de overgang naar het heerlijke Oeganda

19 december 2010:

Allereerst wil ik iedereen een beregezellige decembermaand toewensen. Ik zou jullie daarbij willen uitnodigen om stil te staan bij jullie rijkdommen. Ik zie rijkdom als iets geestelijks. Want kun je jezelf rijk noemen als je ontevreden bent? In Nederland weten we als geen ander dat materiële welvaart ons niet persé tevreden maakt. Dus daarom mijn verzoek: laten we weer eens nadenken over onze rijkdommen, over de dingen in ons leven die ons gelukkig maken. Dat is volgens mij de goedkoopste, eenvoudigste en meest bevredigende manier om jezelf te verrijken.

Het is na deze inleiding, die spontaan uit mijn pen rolde, niet gemakkelijk om mijn ervaring van Tanzania te beschrijven. Het land was namelijk niet alleen zo anders (zoals ik in het vorige bericht schreef) dat ik het in de eerste twee weken als een verfrissende reiservaring zag, maar het was ook zo anders dat ik geen echte verbinding kon maken met de bevolking. Hoe vreemd, onmenselijk, of geestelijk geautomatiseerd dit land soms ook aanvoelde voor mij, ik heb natuurlijk ook mooie en waardevolle ontmoetingen en ervaringen beleefd gedurende de dik twee maanden die ik er doorgebracht heb. Dus laat ik mijn eigen advies maar meteen in de praktijk brengen.

De twee natuurlijke topervaringen waren: mijn eerste safari op deze reis, door het Mikumi National Park (zie het vorige bericht) en mijn bezoek aan de Usambara Mountains: een Zwitsers aandoende bergketen, waar ik totaan het eindpunt gegaan ben. Daar was een kerkdorpje, van waaruit je een stilmakend en vervullend uitzicht had over eindeloze valleien aan beide zijden van de bergkam. Na enkele dagen in dit paradijs, ben ik de berg afgelopen, naar de weg waar ik mijn reis richting het Victoriameer voort kon zetten.

My brothers Walter en Halfeasy uit Bagamoyo

Qua persoonlijke ontmoetingen lag het hoogtepunt in Bagamoyo, waar ik het vorige bericht schreef. Daar leerde ik tijdens mijn eerste bezoek twee creatieve en idealistische rasta-broeders kennen, die ik later per fiets vanuit Dar Es Salaam weer bezocht. Ik kon kamperen in hun zelfopgerichte creatietuin. Zij gaven daar cursussen, maakten en verkochten er schilderijen, houtsnijwerken en sieraden met een stel jonge creatievelingen en er werd ook af en toe muziek gemaakt. Ze kookten voor alle aanwezigen en zorgden voor werkmateriaal, wat ze betaalden vanuit wat ze verkochten. Een deel ging naar de kunstenaar en de rest ging naar de pot. Ondanks dat het een ideale plek was, was het nog moeilijk om gepassioneerde kunstenaars voort te brengen. Ik was erg geroerd toen Walter, mijn beste vriend van de twee brothers, in dat sociale samenzijn, een ruimte creëerde om samen met mij, zijn beefspiezen te grillen en deze samen met mijn fles wijn te verorberen, onder het genot van een goed persoonlijk gesprek. Het was echt even een Nederlandse manier van samenzijn in Afrika. Ik vond het bijzonder dat het zo gemakkelijk geaccepteerd werd door de anderen. Hier moet namelijk over het algemeen alles gedeeld worden met iedereen.

Voor Tripjes naar de Vrijheid was Tanzania geen land. Niemand begreep de vereenvoudigde versie van mijn flyer en het begrip bewustwording leek voor de locals, maar ook voor de meeste bezoekers, geen waarde te hebben. Het leek erop dat ik vooral iets kwam leren in Tanzania: om binnen sociale samenlevingen een gast te zijn. Zo verbleef ik in een Deens huis van stagelopers bij een ontwikkelingshulporganisatie. Daar zag ik hoe strak de onzichtbare regels, structuren en verwachtingspatronen van een groep sociale mensen kunnen zijn. Het was best moeilijk voor mij om naast het genieten van hun gastvrijheid, rekening te houden met al hun (voor mij) onzichtbare gevoeligheden. Ik zag het als mijn ontwikkelingsstage op het gebied van sociale intelligentie: een grote uitdaging.

In het pittoresque Stone Town op Zanzibar, waar blanken niet met elkaar praten omdat er te veel van zijn en omdat ze ingekapseld in een groep of relatie komen, en waar locals voornamelijk gexefnteresseerd zijn in je geld,  ben ik op mijn eigen manier het toerisme ontvlucht. Ik heb een stevige Japanse postfiets gekocht om op eigen kracht, met al mijn spullen het eiland over te trekken. Dat was heerlijk en het stelde me in staat om onbekende, maar grootse schoonheden te bezoeken, zoals een enorme koraalgrot. Ik kon er met een zaklamp alleen binnengaan, totdat ik besloot om terug te keren, om niet al te veel vleermuizen wakker te maken. De stilte en de ruimte waren geweldig, naast alle prachtige druiperijen natuurlijk.

Met een Japanse postfiets trok ik over Zanzibar en kampeerde waar mogelijk

 

 

 

De fiets wilde ik meenemen naar Madagascar. Maar toen bleek dat mijn boot, een vrachtschip, niet ging omdat de andere boot van hetzelfde bedrijf, die dezelfde route bevaarde, gekaapt was door Somalische piraten die de bemanning en 30 passagiers in gijzeling hielden, besloot ik om dit signaal ter harte te nemen. Dus ik liet mijn droombestemming, Madagascar, rechts liggen en verlegde mijn koers richting Oeganda. De tijd begon toch al een beetje te dringen, terwijl ik totaan april nog een hele afstand te overbruggen had, terug over land naar Europa. Nou ja, ik had tenminste geleerd hoe je een reis per vrachtschip moet organiseren en dat je nooit een ticket in een ticket-office moet kopen, maar direct van de kapitein, die zich moet identificeren met een zeepaspoort.

Het prachtige uitzicht van het einde van de wereld

In Noord-Tanzania heb ik uiteindelijk toch nog een boottocht gemaakt over het Victoriameer, richting Oeganda. Op die boot leerde ik een Oegandese boer kennen, die Tanzania goed kende en die mij kon helpen om te begrijpen waarom mijn contact met de Tanzanianen zo moeilijk was geweest. Hij zei dat de president van het land, hoofd van de enige partij ooit sinds de onafhankelijkheid, het volk dom wil houden om het beter te kunnen beheersen. Zijn manier: belabberde scholing en wat ik eerder al had geleerd: de basisschool geeft les in het Swahili en de middelbare school in het Engels. Dat zorgt voor desorriëntatie en een persoonlijke gespletenheid bij de leerlingen, die geen basis-Engels kennen en geen ontwikkeld Swahili. Als ik niet kan communiceren met iemand, versimpel ik altijd mijn taalgebruik. Maar in Tanzania werkt dat dus averechts. Als zelfs het woord “why” onbekend is, dan begin je toch geen enkel gesprek meer. Met mijn Engels kon ik hun harten dus niet bereiken en mijn Swahili wilde niet echt van de grond komen, omdat ik gestoord werd door alle verplichte en vaststaande standaardbegroetingen die voorafgingen aan elk gesprek.

De boer was zo helder, open, bereikbaar, rijk aan gevoel en eigen opinie en interessant om mee te praten, dat hij een perfect voorbeeld was voor het verschil tussen Tanzanianen en Oegandezen. Hier in Oeganda, waar ik nu ben, kun je persoonlijk praten, discussiëren, filosoferen, inspireren, leren en onderwijzen. De volgende keer schrijf ik meer over dit land, wat ik zie als één van de hoogtepunten van mijn reis tot nu toe.

Nou okee, één bijzonder voorval dan: gisteravond ontmoette ik twee jongedames, met wie ik in gesprek raakte. Eén van de twee deed ontwikkelingsstudies in combinatie met rechten, terwijl ze werkte in de bemiddeling tussen daders en slachtoffers. We spraken over armoede en rijkdom en over de eerste stap van ontwikkeling die volgens mij in je eigen bewustzijn moet plaatsvinden. Ik liet haar een flyer van het Tripje naar de Vrijheid lezen en ze werd geraakt. Het gaf haar hoop, zei ze. Ze nam de flyer mee en vanochtend kwam ze een envelop brengen met wat geld erin, omdat ze mijn werk en mijn reis wilde steunen. Ze zei dat ze al begonnen was met haar nieuwe ontwikkelingspad. Jeetjemineetje…!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Healingtime in Noord-Mozambique en daarna Tanzania: echt heel anders

6 oktober 2010:

Hoe gaat het met Nederland? Hebben we al een nieuwe regering? Is er nog crisisnieuws? Het is alweer een tijdje gelezen dat jullie iets van mij gehoord hebben. Ik ben inmiddels, na meer dan 6 maanden, over de helft van mijn reis en ik heb af en toe het gevoel dat de tijd sneller gaat dan ik.

Malawi en Mozambique hebben uiteindelijk een onverwachte betekenis gekregen in mijn reis. Vlak na mijn vorige bericht geschreven te hebben, had ik een droom die mij duidelijk maakte dat ik nog iets te verwerken had van mijn vaders overlijden. Dat werd in de dagen erop bevestigd door twee wonden die ik opliep, waar ik bijna twee maanden mee heb gestoeid om ze te helen. Aanvankelijk dacht ik veel na over de ontwikkelingssituatie van Malawi en Mozambique. Ik zag een combinatie van fysieke en geestelijke armoede en vroeg me af hoe deze twee getraumatiseerde en ontwortelde culturen geheeld konden worden. Ik heb er veel over gepraat, maar meestal vloeide hun aandacht weg. Te veel woorden en te theoretisch. Uiteindelijk heb ik theater ontdekt als de ideale manier van communiceren om mensen te helpen bewust te worden van de slachtofferrol die ze spelen. Via theater kon ik ze raken. De afhankelijke positie die ze innemen ten opzichte van de “superieure blanken” (zoals ze ons zelf zien en benoemen), van de regering, de hulporganisaties en God, voorkomt dat ze zelf initiatief nemen om hun materiële problematiek op te lossen.

Ilha Matemo, in Noord-Mozambique: een prachtige plek om wild te kamperen

 

 

Dit denk- en helpwerk werd vanaf die droom steeds verder verdrongen door mijn eigen proces. De uiterlijke en natuurlijke schoonheid van beide landen was heerlijk en het feit dat ze mij cultureel gezien niet inspireerden, bood mij de rust om aan mijn dubbelzijdige helingsproces te werken. Ik nam als het ware een dikke maand vakantie van de reis en van mijn werk, om aan mijzelf te werken. Deze periode werd afgerond door enkele speciale ontmoetingen met verschillende naamgenoten van mijn vader, die als engelen op mijn pad, op verschillende manieren bijdroegen aan mijn complete genezing, toen ik drie weken geleden Tanzania binnenging. Wat kan het leven soms toch mooi zijn!

Sindsdien heb ik Tanzania ervaren als een heel erg ander land, met en heel andere cultuur dan wat ik tot nu toe heb gezien. Bijvoorbeeld: In mijn Swahili-boekje (Lonely Planet) beginnen ze pas op bladzijde 142 iets uit te leggen over de tijd. Als je weet hoe anders de Swahili-tijd is dan onze tijd, dan begrijp je dat dit onderwerp op de eerste pagina behandeld moet worden. Zo kwam ik 6 uur te laat om mijn eerste bus te pakken. “Tja, maar hier staat toch duidelijk 12 uur. Dan weet je toch dat je hier om 6 am moet zijn? Logisch toch?” “Uuuh, nou ja, laten we het morgen nog maar eens proberen,” kon ik alleen maar zeggen tegen de man die mij als tolk hielp om mijn geld terug te krijgen. Het duurde nog zeker twee uur voordat ik een nieuw ticket had. Maar ja, als je geen tijd hebt dan moet je niet naar Afrika gaan.

Bij de volgende stop, Mikumi National Park, besloot ik om mijn hele analyse van culturen en het nadenken of deze reis wel voldeed aan mijn verwachtingen, te stoppen. Ik wilde meer ongecompliceerd ervaren en genieten, dus nam ik de beslissing to go with the flow. Dat heeft me al zoveel meer mooie ervaringen gebracht dan tot dan toe in Afrika, dat ik daar voorlopig niet van terugkom. Ik heb een half uur na die beslissing van het campingpersoneel een gratis safari gekregen, over de hoofdweg die door het Nationaal Park heenliep. Ze stopten bij elk wild beest wat we zagen, zodat ik foto’s kon nemen. Het was mijn eerste safari (Swahili-woord voor “reis”) en ik zag meteen hordes wilde dieren: giraffen, zebra’s, twee olifanten (moeder en zoon), allerlei antilopen, bavianen, een eland, een wild zwijn, buffels en als klap op de vuurpijl, leeuwen die aan het luieren waren na het verorberen van een buffel. Blij dat het er toch van is gekomen. En helemaal mooi als het zo kan.

Eén van de persoonlijkheden die ik op mijn eerste safari tegenkwam

In Dar-Es-Salaam rolde ik in een housewarmingparty van een groep aardige Deense stagelopers/ ontwikkelingswerkers en de volgende dagen kon ik van de Tanzaniaanse gastvrijheid en vriendschap genieten van Nassal, een Tanzaniaanse student die ik in de bus had ontmoet. Het was wel even wennen om zo compleet gast te zijn, waarbij we hele dagen samen doorbrachten, maar ook wel heel leuk en verrijkend. Ik heb een begrafenis meegemaakt, waarop mij opviel hoeveel mensen tijdens de speeches nog met hun mobiele telefoons in de weer waren. Zelfs een eerder hartverscheurend huilende vrouw, was even later tijdens een speech aan het bellen. Ook gingen mensen op andere graven staan om de sprekers en de ter-aarde-lating goed te kunnen zien. Ik heb nooit geleerd dat dat niet mag, maar het voelt respectloos.

Intussen ben ik in Bagamoyo beland, de dorpse eerste hoofdstad van het land. Bij gebrek aan beschikbare bedden in hostels, ben ik in het open huis/hostel van een rastajongen beland. De kamer staat vol met schilderijen, als getuige van een creatief verleden, maar nu is de activiteit vooral gericht op cool zijn, feesten, alcohol en (liefst blanke) vrouwen. Gelukkig kwam ik ook een andere groep leuke, creatief actieve rastas tegen waar ik me meteen thuis bij voelde. Er ontstonden inspirerende vriendschappen met hen. En zo was Bagamoyo een plaats van sterke contrasten.

Toen ik op vrijdag aankwam kwam ik erachter dat er maandag een internationaal, Afrikaans kunst- en cultuurfestival zou beginnen. De flow gaat op deze manier lekker door. Ik heb al een paar erg mooie voorstellingen gezien en veel mensen ontmoet. Ik ben er wel achter gekomen dat, waar ze in Mozambique en Malawi open en eerlijk zijn over wat ze geld van je willen krijgen, ze in Tanzania gehaaider zijn. “Eerst vrienden worden en dan proberen te profiteren van het eindeloze budget van die mzungu (blanke).” Dat is een veelvoorkomende gedachtengang.  Ze denken automatisch dat je rijk bent en als je je geld niet deelt, wil je het vast niet met hun delen. Ach, als je duidelijk bent dat je graag zelf bepaalt hoe je je geld uitgeeft en oplet dat niemand op jouw kosten iets bestelt, dan is er geen enkel probleem.

Gelukkig zijn er ook genoeg hartelijke Tanzanianen. Je hoort overal Karibu! (Welkom!). En er zijn ook genoeg buitenlanders die er projecten doen, of stage lopen. Zo kwam ik de Deense groep uit Dar Es Slaam weer tegen en werd ik uitgenodigd om als ik terugkeerde naar Dar, bij hun te slapen. Uiteindelijk waren er genoeg mooie ontmoetingen. Ondanks dat ik nog geen enkel Tripje in Tanzania heb gedaan (hun Engels is meestal te slecht om de flyer te begrijpen), houd ik hier vooral bevestigings- en inspiratiegesprekken. Dat werkt zo goed. Ik wil het in Nederland ook gaan doen met kinderen en volwassenen, naast Tripje naar de Vrijheid en authenticiteitscoaching.

Tot de volgende update!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen